
MIDDELBURG - De vijf aangedragen ideeën die ontpolderen langs de Westerschelde moeten voorkomen, maken weinig kans. Ze voldoen niet aan de belangrijkste eis voor herstel van het zwaar aangetaste Scheldebekken: méér ruimte geven aan de rivier. Enkele voorstellen slokken zelfs meer ruimte op.
Minister Veerman (CDA) van Landbouw, Natuur en Voedselkwaliteit gaf vorig jaar aan dat tenminste 600 hectare nieuwe natuur nodig is in de Westerschelde. Mede met het oog op de Europese Vogel- en Habitatrichtlijnen kan die niet binnendijks of binnen de bestaande omdijking in de rivier aangelegd worden.
Het gaat er volgens de bewindsman om de natuurlijke processen - in het bijzonder de dynamiek van eb en vloed - in ere te herstellen. Veerman zegt het zo: „De benodigde extra ruimte voor vernieuwde natuurlijke processen kan ontstaan door het landwaarts verplaatsen van dijken in ecologisch geschikte zones.“
Geulenpatroon
Bij de provincie zijn tot nu toe vijf alternatieve ideeën voor ontpolderen ingediend. Eén ervan (van H. Rietveld) beveelt compenserende maatregelen op Walcheren aan. Ter hoogte van zwakke plekken in de duinenrij waterdoorlatende buizen leggen. In het achterland ontstaat een slenk- en geulenpatroon met een zout- en brakwatermilieu (zie kaartje, 4).

Van A. Mink van de Molen komt geen alternatief voor ontpolderen, wel een advies voor inrichting van de Zuid- en Everingepolder bij Ellewoutsdijk. Het risico dat na ontpoldering te snelle opslibbing ontstaat (en vorming van rietvelden), moet worden voorkomen. En wel door een zodanige aanpak dat de eb- en vloedstromen in het ontpolderde gebied lage schorren in stand houden.
Drie alternatieve plannen hebben wel direct de bedoeling om het onder getij-invloed brengen van polders tegen te gaan. In plaats van ontpolderen van de Hedwigepolder, wil de Zuidelijke Land- en Tuinbouw Organisatie, afdeling Hulst, dat een kwart van het oude schor in het Verdronken Land van Saeftinghe wordt afgeplagd. Gelijktijdig moeten de hoofdgeulen er worden verdiept. De kwaliteit van het hoog opgeslibde verdronken land verbetert daardoor, stelt de ZLTO (zie kaartje, 1). Overigens heeft beheerder stichting Het Zeeuws Landschap al laten weten zich hiertegen om verschillende redenen te zullen verzetten.
J. Janse adviseert aanleg van een nieuwe buitendijkse polder van 600 hectare. In de dijken hiervan moeten voorzieningen komen die voor een dagelijks, beperkt natuurlijk getij zorgen. Een geschikte plek voor die polder kan westelijk van Breskens gezocht worden. Bestaande slikken en schorren mogen daarvoor niet opgeofferd worden (2). De suggestie van F. Minneboo gaat uit van het inpolderen van hoge, omvangrijke platen in de Westerschelde. Dijken met doorlaatmiddelen erin. Dat worden dan plaatpolders voor zoutwaterberging. Het Hooge Platen-complex in het westelijk deel van de rivier komt hiervoor in aanmerking (3).
Over de ideeën wil gedeputeerde M. Kramer (PvdA, natuur en water) geen oordeel vellen. „Dat past niet in mijn rol als bestuurder die een klus moet klaren.“ Hij vraagt over de kansen van de ideeën een reactie van het Rijksinstituut voor Kust en Zee (RIKZ).
Past een idee binnen de uitgangspunten die voor natuurherstel Westerschelde gelden, dan wordt dat voorgelegd aan een deskundige commissie. Daarvoor heeft Kramer drie hoogleraren op het oog: W. Wolff (Groningen), P. Meire (Antwerpen) en C. Heip (Yerseke). Als zij oordelen dat het natuurlijke proces in de Westerschelde ermee gediend is, dan gaat de gedeputeerde ermee naar Veerman.
Kramer wijst erop dat er voor elk ontpolderplan een uitvoerige procedure doorlopen moet worden. Onderdeel daarvan is inspraak. Mensen kunnen hun alternatieve ideeën voor ontpoldering ook via die procedure kwijt. Dan wordt bekeken of ze mee worden genomen in een milieu-effectonderzoek.
Voor omvorming van de Hertogin Hedwigepolder en een deel van de Vlaamse Prosperpolder (bij Saeftinghe) is de procedure in gang gezet (tot 13 juli is inspraak mogelijk). In het najaar beginnen de procedures voor uitbreiding van het Zwin en ontpoldering in de Zak van Zuid-Beveland en/of Eendragt- en Hellegatpolder oostelijk van Terneuzen.
Commentaar van de web-redateur:
Dit artikel behoeft commentaar en analyse.
Wie is er hier aan het woord? Minister Veerman, Gedeputeerde Kramer of redacteur Antonisse? Van minister Veerman wordt een uitspraak van een jaar geleden geciteerd en gedeputeerde Kramer heeft als bestuurder geen oordeel over de alternatieven. Het is dus de opinie van de PZC dat de alternatieven weinig kans hebben.
Met Tom Poes zeg ik dat oplettende lezertjes opgevallen moet zijn dat Kramer noch aan de 600 hectare, noch aan de vogel- en habitatrichtlijn (VHR) refereert. De opmerking van Kramer dat ideeën die passen binnen de uitgangspunten van natuurherstel Westerschelde aan Veerman voorgelegd zullen worden, is een opmerkelijk lichtpuntje in dit artikel. Want daarmee zouden we de besluiten in de Ontwikkelingsschets kunnen gaan verlaten.
Het is jammer dat de PZC nog niet op de hoogte is van het zesde alternatief van de heer Van den Bos uit Goes, ingediend op 20 juni bij Provinciake Staten. Het betreft een gebied van 900 hectare op de Vlakte van Raan. Het alternatieve idee omhelst een stervormig dijklichaam in dat ondiepe gebied in de Westerscheldemonding.
Tuureluurs foto:© L. van Melle