www.ikmaakmezorgen.nl

PZC, 15-4-2006.

Analyse
Verzet tegen ontpoldering komt te laat
door Rinus Antonisse

Het verzet tegen het teruggeven van polders aan het water groeit gestaag.
Is dat niet veel te laat? Heeft protesteren nog wel zin? De pap is toch al
gestort. Waarom komen boeren en burgers pas massaal in verzet nadat vijf
gebieden zijn aangewezen die in aanmerking komen voor ontpolderen? Toen
het voornemen tot aanleg van getijden-natuur in de Westerschelde
-ontpoldering - bekend werd, zwegen ze.

Verzet tegen plannen komt meestal goed op gang als de piketpalen worden
geslagen. Zie dichtbij huis de strijd tegen de afsluiting van de Oosterschelde en
tegen de bouw van het opslagcomplex voor radio-actief afval bij Borssele. Pas
wanneer de uitvoering voor de deur staat, dringen de gevolgen van een plan door.
Alleen een kleine groep 'protesttijgers' is er vanaf het begin bij.
Het is te gemakkelijk de late bezwaren weg te wuiven met de verwijzing dat er
democratische besluiten genomen zijn. De plannenmakers dienen de hand in eigen
boezem te steken. Zij zijn er niet in geslaagd de mensen vroegtijdig te informeren
over de reikwijdte van hun voornemens, of hebben dat om 'strategische redenen'
bewust nagelaten. De schuld van de late reactie ligt doorgaans niet bij de burgers,
maar bij de plannenmakers en de bestuurders. Dat is zeker van toepassing op de
ontpolderings-kwestie.
Gekozen is voor een traject waarbij in hermetisch gesloten achterkamertjes
ambtenaren en bestuurders (zowel van overheden als belangenorganisaties) al
polderend plannen voorkookten.
Zo nu en dan belandde een brokje informatie buitenshuis en dan meestal alleen
omdat er wettelijke procedures waren die dat voorschreven. Als we het als
pverheden en belangenorganisaties onder elkaar eens kunnen Iworden, dan
verkoopt de rest feich vanzelf wel, was de opvatting. Dat werkte misschien bij het
maken van een opzet voor de Tweede Maasvlakte, maar niet bij een onderwerp dat
vele Zeeuwen in het hart raakt en een kleiner aantal ook nog eens in hun
economisch bestaan. .Hebben de boeren en burgers zitten slapen? Op zijn minst
hebben ze op belangrijke momenten even een siësta gehouden. Maar zelfs al waren
ze klaarwakker geweest, dan nog was en is het moeilijk om de ondoorzichtige
procedures die verzonnen werden te doorgronden. De toekomst van het
Scheldebekken bleef lang een afstandelijk onderwerp. In handen gegeven van een
oncontroleerbare groep ambtenaren uit Nederland en Vlaanderen,
Projectorganisatie Schelde-estuarium (Proses) genaamd. Die kwam in september
2004 met de ontwikkelingsschets, waarin te nemen maatregelen tot 2011 staan.
Belangrijk uitgangspunt was hierbij de samenhang tussen voorstellen voor
toegankelijkheid (derde verdieping), veiligheid (tegen overstromingen) en
natuurlijkheid (aanleg getijdennatuur). Een kaartenhuis, waarover de Nederlandse
en Vlaamse regeringen het eens konden worden, evenals het besloten Overleg
Adviserende Partijen (overheid en belangenorganisaties). Het is niet gelukt die
samenhang over te brengen. De ontwikkelingsschets is door de mensen vertaald in:
weer een verdieping ten behoeve van Antwerpen en daardoor 600 hectare getij
dennatuur. Inmiddels gaat het in de analyse discussies vrijwel alleen nog om
ontpoldering. Door de gekozen samenhang is het echter onmogelijk alleen dat
onderwerp aan de orde te stellen. Haal er één bouwsteen uit en het kaartenhuis
stort in elkaar.
Er zijn diverse momenten geweest waarop besluiten over de ontwikkelingsschets
genomen werden. De burger mocht er kennis van nemen. Inspraak was er slechts
najaar 2004 (verplicht volgens de Nederlandse spelregels) over de algemene
milieu-effectbeoordeling. Mensen werden geconfronteerd met een enorme stapel
rapporten waarover ze na afloop van een informatiebijeenkomst nog wat mochten
zeggen. Er kwamen toch nog ruim honderdvijftig overwegend afwijzende reacties
en dat had te denken moeten geven. Vlaanderen en vooral Antwerpen hadden
echter grote haast met de nieuwe verdieping en dus moest het dossier haastig
verder worden ingevuld. In mei 2005 belegde informatiebijeenkomsten (minister
Veerman van Landbouw en Natuur kwam ervoor naar Terneuzen) brachten weinig
mensen op de been, laat staan dat ze aanzetten tot brede actie. Door het
abstracte en besloten traject dat voor de ontwikkelingsschets werd gehanteerd,
was het voor boeren en burgers ook nauwelijks mogelijk te reageren. Op wat? Bij
wie? De behandelingen van de schets in Provinciale Staten en Tweede Kamer
bleken evenmin goede momenten te zijn. Pas nadat in maart 2006 de provincie een
natuurpakket presenteerde, kwam er voor de burger meer helderheid. Door het met
name aanwijzen van polders werd duidelijk wat Zeeland en de boeren concreet te
wachten staat. En nam, onder het zingen van volksliederen, het protest een
aanvang. Met dien verstande dat de samenhang tussen verdieping, veiligheid en
getijdennatuur werd verengd tot: geen ontpoldering.
Het verzet, zeker dat in de vorm van handtekeningenacties, komt veel te laat.
Bestuurders stellen dat er democratische besluiten zijn genomen, waaraan
nauwelijks meer te tornen valt. Het is ondenkbaar dat Nederland teruggaat naar
Vlaanderen om wijziging van het verdrag over de ontwikkelingsschets te bepleiten.
De kans dat de aanleg van getijdennatuur van tafel gaat is eveneens klein: daar wil
de Europese Commissie niks van weten. Minister Veerman heeft al meegedeeld dat
hij, als vrijwillige grondafstand niet mogelijk is, de rijksprojectenprocedure toepast:
onteigening dus. Ook gedeputeerde Kramer zei dat als vrijwilligheid niet lukt, andere
middelen moeten worden gebruikt. Wat lijkt te resten, is te hoop lopen tegen de
komende procedures die voor elk project moeten worden gehouden. Dat geldt
vooral voor de betrokken grondeigenaren en -gebruikers in de te ontpolderen
gebieden. Echter, wanneer aan de spelregels wordt voldaan, is de kans dat
bezwaren worden gehonoreerd niet groot. Ze kunnen hooguit tijd kosten.
Boeren en burgers blijven met frustraties zitten. Ze mogen het zichzelf verwijten
dat ze, vertrouwend op hun belangenorganisaties, niet eerder luid aan de bel
hebben getrokken. Moeten ze er dus het zwijgen toe doen? Geenszins. Sartre
merkte ooit op: dat het niets uitmaakt, is geen reden om het niet te doen.


Kommentaar web-redacteur:
Antonisse heeft gelijk in zijn analyse hoe mensen reageren op grote projecten.
Hij noemt niet dat het er grote onzekerheden in het project zitten en dat dat
volgens de Europese richtlijnen voorkomen moet worden. Ook het incompleet zijn
van de S-MER is een opening om het project juridisch aan te pakken. Niet
genoemd is ook het probleem dat ontstaat als de natuur straks na de verruiming
verder achteruit gaat. Moet dan meer ontpolderd worden? Volgens de
instandhoudingsverplichting wel!