12 januari 2008

Staten tegen referendum

door Rinus Antonisse

MIDDELBURG - Zeeuwen krijgen geen kans bij referendum hun mening te geven over belangrijke onderwerpen.

De 'regeringspartijen' CDA, ChristenUnie, GroenLinks en SGP verwezen gisteren in de vergadering van Provinciale staten de regeling hiervoor naar de prullenbak.

Zeer tot ongenoegen van de, opmerkelijk eensgezinde, oppositiepartijen Partij voor Zeeland, PvdA, SP en VVD. Die vonden dat het houden van een (niet-bindend) referendum mogelijk moet zijn. Ze waren niet bang dat de burgers daardoor op de stoelen van de Staten gaan zitten.

"Het is een waardevol instrument om het gevoelen van de inwoners te peilen", zei Jean-Paul Hageman (PvZ), die vorig jaar met PvdA'er Peter Holtring het initiatief nam voor het maken van een referendumverordening. Aanleiding was toen een burgerinitiatief waarin een referendum of enquête over natuurherstel Westerschelde gevraagd werd.

Het voorstel voor het maken van een verordening werd toen aangenomen dankzij steun van het CDA. Die was nu bij nader inzien tegen. Een bepaald belang zal bij de deelnemers aan een referendum altijd overheersen, meende CDA'er Jan Bergen. Hij vreesde voor clièntelisme en populisme en vond de kosten (750.000 euro) te hoog. VVD'er Sjoerd Heijning was zeer teleurgesteld over de draai van het CDA. Hij stelde dat die partij de schijn wekt destijds onder invloed van anti-ontpolderaars en naderende verkiezingen met het maken van een verordening te hebben ingestemd.

Holtring merkte op dat het peilen van meningen niet aan de PZC overgelaten kan worden. "We moeten als Staten onze eigen verantwoordelijkheid nemen."

Dat kunnen de Statenleden best zonder referenda, meende Dick Visser (CU). "Wij vertegenwoordigen de bevolking." Ook Teun van Oostenbrugge (SGP) zat op die lijn. "Het gaat in de politiek om belangenafwegingen. Het is onze taak om die te maken."

 

Terug naar Startpagina
Terug naar Krantenartikelen
Terug naar Ikmaakmezorgen-artikelen

Commentaar van de webredacteur:

Een jaar nadat het burgerinitiatief met het verzoek om een enquête of referendum naar het draagvlak voor ontpolderen in Zeeland te houden ingediend werd, behandelden de Staten het voorstel om een referendumverordening voor Zeeland in te voeren.

Met Peter Holtering ( PvdA) dacht ik: Dat wordt een hamerpunt. Maar tot ieders verbazing was het CDA weer van standpunt veranderd. Op 12 januari 2007, met het CDA tegen het voorstel, staakten de stemmen. Op16 januari, toen opnieuw gestemd werd, bleek het CDA vóór een referendum-verordening te zijn. En dan tot ieders verbazing was het CDA afgelopen vrijdag weer tégen een referendum in Zeeland. "Omdat we wel benieuwd waren hoe zo'n verordening er uit ziet" zij CDA-er Jan Bergen.

Het aardige van dit voorstel was dat door de ontpolderproblematiek de Staten geconfronteerd werden met de vraag of ze in Zeeland een Referendum verordening wilden. Het ging puur over de vraag of je voor of tegen een referendum bent. Het voorstel staats los van de ontpolderproblematiek. De PvdA heeft als voorstander van een referendum en tegenstander van ontpoldering die zaken goed gescheiden. Zij zijn vóór een referendum, maar tegen een referendum over ontpoldering. Duidelijk!

Hoe anders heeft de machtigste partij in Zeeland, het CDA, zich in deze gedragen. Het CDA is landelijk tegen het referendum. Daar is niets op tegen. Vrijheid, blijheid, maar waarom heeft het CDA dan toch plotseling bij de tweede stemming kort voor de provinciale verkiezingen voor het referendum gestemd? Het ziet er naar uit dat Sjoerd Heijning (VVD) gelijk heeft met zijn vermoeden dat het CDA anti-ontpolderaars voor zich wilde winnen. Anders is het niet te verklaren. De argumenten die het CDA afgelopen vrijdag voor hun zwalken aanvoerde waren alles behalve overtuigend. Vaarvan akte!