www.ikmaakmezorgen.nl

Commentaar van de webredacteur op het artikel in de PZC:

'De ontwikkelingsschets is verdampt'


zou een betere kop zijn als de Ontwikkelingsschets met de Scheldeverdragen getypeerd zou moeten worden.
Een andere kijk op de Schelde-verdragen.

De webredacteur is het absoluut niet eens met Chris Kalden van Staatsbosbeheer.


Langetermijnvisie

De basis voor die mooie samenhangende aanpak, waar Kalden over spreekt, vindt zijn oorsprong in de langetermijnvisie Schelde-estuarium 2030 (LTV) Een visie, waarvan de werkgroep Schelde-estuarium, waar Staatsbosbeheer deel van uit maakt, in 2001 zei dat die LTV afgedwongen, haastwerk en verarmd was.
Die LTV is destijds opgesteld nadat het gedonder over de tweede verdieping geluwd was. De ZMF had destijds de tweede verdieping bij de Raad van Staate tegen weten te houden en de regering Kok heeft die verdieping met een noodwet geforceerd. Dat nooit meer zei men in Den Haag. Eerst een langetermijnvisie over de Schelde voor er sprake van een derde verdieping kan zijn. België was woest over deze vertraging, maar ze konden niet anders doen dan de situatie accepteren. De milieubeweging, ofwel de werkgroep Schelde-estuarium, was een stakeholder van formaat geworden.


Technische Schelde commissie


De opdracht tot het schrijven van die LTV is door deze commissie gegeven. Nu is die commissie belast met het ambtelijk overleg tussen Vlaanderen en Nederland over aangelegenheden betreffende de Schelde. Daarmee ligt het accent van die commissie op de steeds toenemende scheepvaart naar Antwerpen en de weerstand van de milieubeweging daartegen. De opstellers zijn eerlijk; ze stellen dat voor de landbouw, visserij en toerisme de consequenties in de LTV aangegeven worden. Hoezo een samenhangende visie?


De Ontwikkelingsschets 2010

komt direct voort uit de LTV. Los van dat andere, voor Zeeland belangrijke functies niet in de LTV opgenomen zijn, zijn de drie functies toegankelijkheid, natuurlijkheid en veiligheid achterhaald (verdampt).
Over de toegankelijkheid heeft de havengemeenschap van Antwerpen in niet mis te verstane bewoording aangegeven dat de komende verdieping voor schepen met een diepgang van 13,1 meter absoluut onvoldoende is. Havenschepen Delwaide heeft dat bij zijn afscheid weer eens op de hem karakteristieke manier benadrukt. De uitspraak dat het Saeftinghedok in 2013 operationeel moet zijn is een tweede voorbeeld van "verdamping van de Ontwikkelingsschets".
De "natuurlijkheid" van de Westerschelde is verdampt. Er zijn zo veel onzekerheden dat nauwgezet geminitord moet worden om de natuurlijkheid te bewaken. De bezwaren die de milieubewegingen en Staatsbosbeheer tegen de MER van de verdieping laten duidelijk zien dat er geen samenhang meer in de plannen is.
In de ontwikkelingsschets wordt alleen over de veiligheid van het Belgische gedeelte van het Schelde-estuarium gesproken; alsof de veiligheid van het Nederlandse gedeelte tot 2030 geen aandacht behoeft. Inmiddels weten we beter. Aan twee Zwakke Schakels in de Westerschelde wordt hard gewerkt. Een vertegenwoordiger van proses heeft mij verteld dat veiligheid in de Ontwikkelingsschets opgekomen is omdat België geen beslissing over hun veiligheidsplan, het Sigmaplan, kon nemen.

De ontwikkelingsschets is dus "verdampt". Politici en ambtenaren verwijzen er graag naar om zich er achter te verschuilen, maar het is alles behalve een stuk dat evenwichtig is. Iedereen weet dat, maar zegt het tegenovergestelde.

Er is dus geen echte samenhang in de Ontwikkelingsschets. Er is overeenstemming door een aantal betrokken partijen, waarbij de haven van Antwerpen en de milieubeweging de belangrijkste zijn. Maar daarom hoeft er nog geen samenhang te zijn in een groter maatschappelijk verband. De Ontwikkelingsschets is opgedrongen en onevenwichtig.

Kalden raadt Nijpels aan, bij het zoeken naar alternatieven voor ontpolderen, tot de kern van de zaak te gaan. Dat is verstandig, maar de kern van de zaak ligt voor mij heel anders dan Kalden aangeeft

pzc

3 maart 2008:

'Samenhang in aanpak Schelde is verdampt'

door Rinus Antonisse.

MIDDELBURG - De samenhangende aanpak van de Westerschelde - toegankelijkheid, veiligheid en natuurlijkheid - is verdampt.

Het is teruggebracht tot letterlijk een heel smalle strijd tussen natuur en land over 300 hectare. Het is verworden tot een enge patstelling.

Directeur Staatsbosbeheer Chris Kalden neemt geen blad voor de mond. ,,Met de Westerschelde heeft Zeeland een unieke riviermonding, met dynamiek en een volledig scala aan overgangen van zout en brak naar zoet. Kenmerkend voor die stroom is dat ook de economie er zeer toe doet. Er ligt bestuurlijk een fantastische opgave om hier de economie met de natuur te verbinden."

Dat is in de Ontwikkelingsschets 2010 (en daarna in een Scheldeverdrag) uitgewerkt in de samenhangende aanpak: én verdiepen, én natuurherstel, én grotere veiligheid (kustverdediging, scheepvaart). Afgelopen twee jaar heeft de discussie over met name natuurherstel, de zo noodzakelijke totale benadering teruggebracht tot een minuscuul iets, stelt Kalden teleurgesteld vast.

Hij vindt dat de natuurlijke betekenis van de Westerschelde - met de Dollard het enige resterende echte estuarium in Nederland - ondergeschikt is gemaakt aan deelbelangen. "Dan ben je verkeerd bezig." Volgens hem gaat het in de discussie vooral om macht en emotie. "Het aantal hectares dat aan de landbouw wordt onttrokken is niet wezenlijk en het gaat ook niet over het instrument onteigenen."

Als voorlopig resultaat van de discussie zet minister Verburg van Landbouw, Natuur en Voedselkwaliteit - het departement waar Kalden als secretaris-generaal de scepter zwaaide - een commissie onder leiding van de ervaren bestuurder Ed Nijpels aan het werk. Die moet uitzoeken of voor natuurherstel in de Westerschelde andere oplossingen zijn dan ontpolderen. "Dat is een hell of a job. Ik wil hem zeer aanraden terug te gaan tot de kern van de zaak", geeft Kalden ongevraagd advies.

Het vinden van alternatieven mét draagvlak voor natuurherstel acht de directeur Staatsbosbeheer zeer lastig. ,,Er is geen soort ei van Columbus. Als je teruggaat naar de samenhangende benadering, dan is de eenvoudigste oplossing onteigenen en ontpolderen. Maar die is belast door de discussie."

Hij beklemtoont dat ontpolderen niet uitgesloten kan worden. ,,De emotie van 1953 respecteer ik, evenals de gevoelens over het opofferen van goede landbouwgrond." Maar je moet over natuurherstel ook nuchter zijn, merkt Kalden. "Je moet niet al je gevoelens op de vierkante meter projecteren, anders wordt het nooit wat."

- In de PZC van morgen een uitgebreider interview met Kalden