www.ikmaakmezorgen.nl
Provinciale Zeeuwse Courant - donderdag 6 oktober 2005

Samen Schelde ontwikkelen

Door Rinus Antonisse

MIDDELBURG - Vlaanderen en Zeeland moeten de ontwikkeling van het Scheldebekken gezamenlijk aanpakken. In plaats van historische gevoeligheden koesteren, kijken naar gemeenschappelijke belangen.

Volgens gedeputeerde M. Kramer (PvdA, natuur en water) zijn er volop kansen voor een samen optrekken. Tijdens een causerie voor het Scheldefonds, gisteren in Middelburg, gaf hij aan dat die liggen op het vlak van milieu, welzijn en economie.

Als voorbeelden noemt Kramer:

ontsluiting en verbeterde bereikbaarheid van de economische centra;
versterking van de unieke natuurlijke omgeving en van recreatie en toerisme;
aanleg van aantrekkelijke woongebieden;
nieuwe vormen van verdediging tegen het water;
samenhangend beheer van veiligheid op en rond het water;
verbetering van de mogelijkheden voor landbouw;
grensoverschrijdende samenwerking in wonen, werken, recreëren en natuurbehoud.

Kramer vindt het hoog tijd om te breken met de in het verleden gegroeide opvatting dat ’profijt van de één, het lijden van de ander inhoudt’. Door met andere ogen naar de Schelde te kijken, kan de animositeit plaatsmaken voor werkelijke samenwerking, stelt de gedeputeerde.

Hij signaleert in dit kader wel veranderingen, zoals het besef dat de Schelde niet alleen de economische levensader is van Vlaanderen, maar ook van Zeeland. En de erkenning dat de rivier niet alleen een economische slagader is, maar ook een ecologische. Anders gezegd: economische ontwikkeling is alleen haalbaar als de rivier de ruimte krijgt.

Als voorbeeld van een gezamenlijke aanpak stipt Kramer de nautische toegankelijkheid van het Kanaal Gent-Terneuzen aan. „We moeten dat doortrekken tot een plan waarin we de Kanaalzone verder ontwikkelen, zowel economisch als uit oogpunt van landschappelijke natuurkwaliteit.“ Anders voorbeeld: aanleg spoorverbindingen van Axel naar Zelzate en van het Sloegebied naar Antwerpen.

Kramer herinnert aan het verdrag tussen Vlaanderen en Nederland over de toekomst van het Scheldebekken. Daarin staan onder meer afspraken over een derde verdieping van de vaargeul en de ontwikkeling van nieuwe getijdennatuur (langs de Westerschelde tenminste 600 hectare). Zeeland is aan de bak om de natuurontwikkeling te regelen. De provincie kan daar veel voordelen uit halen, beklemtoont de gedeputeerde.

Hij ziet goede mogelijkheden om bij aanleg van natuur te experimenteren met nieuwe vormen van kustverdediging. „Zo komen natuur en veiligheid in elkaars verlengde te liggen.“ Natuurontwikkeling is ook te koppelen aan nieuwe vormen van recreatie; dat gebeurt bijvoorbeeld in Perkpolder.

Buffer

De ontpoldering van de Hedwigepolder (en Noord-Prosperpolder) acht Kramer mede van belang voor stedelijke ontwikkeling. „De nieuwe natuur kan dienen als buffer tussen de Antwerpse haven en een aantrekkelijke woonomgeving voor Zeeuwen én Vlamingen rond het koopcentrum Hulst.“

Hoewel boeren land moeten inleveren voor de natuur (waarbij de gedeputeerde erkent dat er gegeven de traditie van inpolderen, gevoeligheden te overwinnen zijn), kunnen zij ook profiteren. „Waar de landbouw plaatsmaakt voor natuur, krijgen boeren de noodzakelijke financiële steun om elders onder betere omstandigheden verder te kunnen ondernemen. Of hen wordt de kans geboden om aan de rand van natuurgebieden recreatie-ondernemingen te starten“, aldus Kramer.

Pluspunten ziet de gedeputeerde ook op het terrein van veiligheid. „De verdieping biedt ons, ook letterlijk, de ruimte om meer beheermatig om te gaan met de verkeersstroom op de Westerschelde.“ Daarbij gaat het hem niet alleen om het voorkomen van ongevallen, maar ook om het verminderen van risico’s, zoals is gebeurd bij het terugdringen van de ammoniaktransporten naar Antwerpen.

Kramer duikt terug in de tijd en haalt de befaamde uitspraak van luitenant Van Speyk aan. Die blies in 1831 zijn kanonneerboot in Antwerpen op, om te voorkomen dat deze in handen viel van Belgische opstandelingen, onder het roepen van de woorden: ’dan liever de lucht in’. De gedeputeerde: „Waar Van Speyk liever de lucht inging, moeten wij gezamenlijk de kansen grijpen die het Scheldewater ons biedt. Voor Zeeland en Vlaanderen geldt dat we meer dan in het verleden de wil en de mogelijkheden hebben om de verdere ontwikkeling van het Schelde-estuarium zelf ter hand te nemen.“