www.ikmaakmezorgen.nl
Provinciale Zeeuwse Courant - zaterdag 19 maart 2005

Ontpolderen Schelde staat vast

Door Rinus Antonisse

MIDDELBURG - Aan ontpolderen voor natuurontwikkeling langs de Westerschelde valt niet te ontkomen. Over de vorm waarin dat gebeurt kan nog gepraat worden: met een sluis, een hevel, een doorlaatkoker, een poreuze dijk of het verleggen van de dijk.

De Zeeuwse gedeputeerde M. Kramer (PvdA, natuur en water) hield dat vrijdag Provinciale Staten voor, die debatteerden over de Ontwikkelingsschets voor het Scheldebekken. Hij onderstreepte dat aan het kabinetsbesluit over de schets niet te tornen valt: derde verdieping van de Westerschelde, de ontwikkeling van 600 hectare getijdennatuur en 100 miljoen euro voor verdubbeling van Sloe- en Tractaatweg.

„U kunt niet vrijelijk shoppen in het kabinetsbesluit. Het is alles of niets”, zei Kramer. „De vraag is niet of we een verdieping willen, maar of we tevreden zijn met de toezeggingen en het geld - 300 miljoen euro - van het kabinet.”

Nochtans wilde een meerderheid van de Staten niets weten van het ’O-woord’. Woordvoerders van CDA, VVD, SGP en Partij voor Zeeland (samen 28 van de 47 zetels) spraken zich uit tegen ontpolderen. PvdA en met name GroenLinks deden dat nadrukkelijk niet.

D. Visser (ChristenUnie) stelde vast dat Zeeland als onderpand dient voor een goede treinverbinding tussen Den Haag en Brussel/Parijs en had daar grote moeite mee. Hij signaleerde dat een Westerschelde door een derde verdieping gevaarlijker wordt en hij vroeg aandacht voor nieuwe vormen van dijkversterking.

S. Heijning (VVD) vond dat Zeeland de realiteit onder ogen moet zien: (inter)nationale belangen gaan gewoon vóór regionale. Hij wilde weten wat er gebeurt als een slimme baggerstortstrategie mislukt en er toch natuurschade optreedt.

Meer invloed

M. Wiersma (GroenLinks) zag het kabinetsbesluit als dé kans om van de Westerschelde een duurzame rivier te maken. Hij diende een motie in om Zeeland méér invloed te geven binnen de bestuurlijke besluitvorming over de Westerschelde (die werd aangenomen, met de VVD en PvZ tegen).

G. van der Giessen (D66) meende dat het dagelijks provinciebestuur zich tegenover Den Haag harder moet opstellen: de leeuw moet maar eens harder brullen. C. van Beveren (CDA) zag meer heil in het bewerken van Tweede Kamerleden. J. Hageman (PvZ) gewaagde van een koehandel en constateerde dat Zeeland opnieuw de barricaden op moet tegen ontpoldering.

Gedeputeerde Kramer hield overeind dat met Zeeuwse belangen rekening is gehouden. Hij wilde weten of de Staten met de toezeggingen tevreden zijn, maar daarop kreeg hij vooralsnog geen antwoord.

Commissaris van de koningin W. van Gelder liet weten dat er binnenkort een overzicht komt van de veiligheidsmaatregelen die voor de Westerschelde nodig zijn. Op basis daarvan kan het Rijk om geld worden gevraagd, ook al zag hij geen direct verband met de derde verdieping.