Ontpolderen is van alle tijden door Rinus Antonisse
Karel de Stoute kwam er in 1470 al achter: ontpolderen doe je niet zo
maar even. De graaf van Vlaanderen en hertog van Bourgondië wilde
tegemoetkomen aan de alarmkreet van de handel en nijverheid uit
Brugge over verzanding van het Zwin. Door de in 1422 bedijkte polder van
het Zwarte Gat te heropenen, zou de oude stroomgeul de haven van Sluis
weer kunnen uitschuren en daarmee lucht verschaffen aan Brugge.
Saillant detail: de polder van het Zwarte Gat was destijds door de heer Van
Moerkerk ingedijkt, met de bedoeling de verzanding van het Zwin tegen te gaan.
De gebeurde op verzoek van de Bruggenaren. Het bleek niet te werken en
daarom drongen ze er 40 jaar later op aan de dijken door te steken. Karels
vader, Filips de Goede stelde in 1460 een werkgroep in om dat te onderzoeken.
Er kwamen geen voorstellen uit.
Tussen zijn vele militaire activiteiten door, liet Karel het dossier uit de la halen
en zette een commissie aan het werk. Daarin zaten de abten van Ter Duinen en
Ter Doest, bekend met inpolderingen, en vertegenwoordigers van de adel en de
Staten van Vlaanderen. Kunstschilder Pieter de Visschere vervaardigde een
zeekaart waarop de situatie van het Zwarte Gat werd geschetst ten opzichte
van Cadzand en Oostburg.
Heel modern stak de commissie haar licht op bij scheepslieden, loodsen en
sluiswachters. Daarbij bleek dat de inpolderingen bij Cadzand, Sluis, Oostburg en
Biervliet de verzanding van het Zwin hadden bevorderd. De commissie kwam met
vier voorstellen, waarvan ontpoldering van de polder van het Zwarte Gat de
goedkoopste was.
Er ontstond fikse ruzie over. Andere Vlaamse steden voelden weinig voor
kostbare uitgaven ten bate van alleen Brugge. De Grote Raad van Mechelen, het
parlement van de Bourgondische Staten, kwam eraan te pas. Uiteindelijk hakte
Karel de Stoute bij decreet van 23 juli 1470 zelf de knoop door. Hij bepaalde dat
aanpak van de verzanding van het Zwin een nationale aangelegenheid was en
dat de polder van het Zwarte Gat uit algemeen belang moest worden
opgeofferd.
De hertog stelde dat de agrarische bevolking in de polder er niet te erg onder
zou lijden. Wel de grondeigenaren, vooral de Sint Baafsabdij van Gent en
kapitaalkrachtige poorters van Brugge. Maar die konden wel tegen een stootje,
meende Karel. Ze kregen bovendien een schadeloosstelling.
Onder meer vanwege geldgebrek werd het decreet niet meteen uitgevoerd. De
abt van de Sint Baafsabdij bewoog hemel en aarde om de ontpoldering van de
baan te krijgen en bestookte het Brugse stadsbestuur met petities. Maar in
1473/74 gingen de dijken van de polder er toch aan. Brugge kon de
schadeclaims niet betalen. Om de grootgrondbezitters tegemoet te komen stelde
Karel ze vrij van het betalen van belastingen.
Uitgeschuurd
Al gauw bleek dat de maatregel geen effect sorteerde. De verzanding
verminderde niet. Het besluit viel in 1485 om de dijken weer te dichten.
Makkelijker gezegd dan gedaan, het Zwarte Gat was inmiddels diep
uitgeschuurd. Paalwerken van de kastelen van Sluis werd in de opening gegooid,
evenals met zand gevulde oude haringbuizen. Het werd een mislukking en pas in
1623 werden de schorren in de mond van het Zwarte Gat van het buitenwater
afgesloten. De Zwartepolder ontstond en verdween weer in 1802 door
natuurlijke ontpoldering. Een deel is later herdijkt en recent ingericht als
natuurgebied.
Tussen 1500 en 1505 werd voor de strijd tegen de verzanding opnieuw veel
landbouwgrond opgeofferd, zij het niet door drastische ontpolderingen. Ten
zuiden van Oostburg werd met toestemming van Filips de Schone de Brugse
Vaart gegraven (niet te verwarren met het tussen 1813 en 1858 gegraven
kanaal Brugge-Sluis), als verbinding tussen het Zwin en de Braakman. De
openstelling gebeurde pas in 1516 onder Karel V. De beoogde doorspoeling
mislukte. De getijstromen vanuit Zwin en Braakman ontmoetten elkaar
halverwege, waardoor een wantij ontstond. De vaart werd in 1614 en 1618 aan
de Westerschelde-kant afgedamd en in 1652 bij Oostburg.
Het kanaal verlandde. Door inpolderingen kreeg de landbouw stap voor stap de
grond terug. De smalle Brugse-vaartpolder, bedijkt in 1684, ligt in het tracé van
de vaart, wat aan de ligging van de kaarsrechte dijken nog goed te zien is. Het
Groote Gat bij Oostburg is een overblijfsel van de Brugse Vaart. Ook ontpolderd
om economische redenen.
Ontpolderen - ingedijkt land dat weer onder water komt te staan - is van alle
tijden. De redenen zijn verschillend. In de eerste plaats is het de natuur die door
stormvloeden land herovert. Veel gewonnen land is op die manier door de zee
verzwolgen. Dan zijn er gebieden die om militair-strategische redenen bewust
zijn prijs gegeven, met als bekendste voorbeeld het Verdronken Land van
Saeftinge.
Er zijn ook dijken doorgestoken vanwege economische belangen. De ontpoldering
waarover nu zoveel discussie is ontstaan, is een nieuwe variant. Door
economische activiteiten - inpolderingen voor boer en industrie, verdiepen voor
de scheepvaart - zit de Westerschelde in zo'n strak korset, dat het natuurlijke
systeem in ongerede is geraakt. Meer ruimte voor de rivier is noodzakelijk om
daar wat aan te doen.
Commentaar Web-redacteur:
Rinus Anthonisse voert hier fraaie argumenten toe aan mijn argumenten
waarom niet ontpolderd moet worden. Hij suggereert dat er altijd ontpolderd
is; wat zeur jullie nou toch? Bovendien, ook vroeger ging het met grote
meningsverschillen gepaard... Er is niets nieuws onder de zon. Dat is een beetje
de ondertoon van zijn artikel. Zo mag hij redeneren, maar indirect laat
Anthonisse perfect zien waar het om gaat. Als je ontpoldert, weet je n.l. niet
wat het resultaat is. Toen niet en nu niet. Vaak is het resultaat het
tegenovergestelde van wat je beoogt. Ook de ingenieurs van Rijkswaterstaat en
van RIKZ zeggen dat ze niet zeker van de resultaten zijn. De modellen zijn
ontoereikend; ze kunnen niet voorspellen wat de gevolgen van de verdieping
zijn. Ja, monitoring. Dat is een bevestiging van dat men het niet weet.
Deze ontpoldering is natuurlijk wel de eerste die puur uit luxe uitgevoerd wordt,
omdat we nog elders via de vrije markt goedkoop landbouwprodukten kopen.
Puur luxe, om goede landbouwgrond in te wisselen voor een polder vol
bloemetjes, vogeltjes, visjes en habitatjes. Voor hoe lang kan dat nog?
Het verschil tussen het ontpolderen in de late middeleeuwen van de polder van
het Zwarte Gat (wat een prachtige naam!) en het ontpolderen van nu is dat
vandaag met gigantische graafmachines en bulldozers de klei of weggehaald
wordt of weggewerkt wordt. Toen realiseerde men zich later dat men fout zat
en men kon weer eenvoudig een polder laten ontstaan. Bij moderne
natuurprojecten is een weg terug uiterst kostbaar of bijna onmogelijk.
Tot slot:Ligt het niet voor de hand dat een polder verzand? Net als het Zwin?
Geen probleem toch? Dan gaan we gewoon om de .. jaar met de bulldozer erin.
Uiteraard met Europese subsidie, waar onze commisaris van de koningin
onlangs zo'n vurig pleidooi voor hield.