zwartkopmeeuw
www.ikmaakmezorgen.nl
Provinciale Zeeuwse Courant - zaterdag 26 augustus 2000

Natuurherstel zeearm aanfluiting

Door Rinus Antonisse

GOES - Het natuurherstel Westerschelde dreigt op een flop uit te lopen. Door de verdieping van de vaargeul ontstaat fikse natuurschade. Die wordt nauwelijks ín de rivier zelf gecompenseerd. De 66 miljoen gulden die voor compensatie beschikbaar is, gaat vooral naar het opknappen van kreken en enkele kleine binnendijkse projecten. Die dragen niet echt bij aan natuurherstel in de Westerschelde. Een aanfluiting; woordvoerders van de natuurbescherming in Zeeland en Vlaanderen zeggen het nét niet hardop, maar ze denken het wél. De kritiek richt zich met name op Rijkswaterstaat.


De plannen voor herstel van natuurschade Westerschelde hebben van meet af aan het tij tegen. Door een ongelukkige presentatie van Rijkswaterstaat verdween de enig aanvaardbare vorm van herstel van tafel: het veilig toelaten van rivierwater in enkele gebieden, ofwel ontpoldering. Een commissie van wijze mannen kwam met een lapmiddel in de vorm van vijf buitendijkse en vier binnendijkse projecten en veel kreekherstel. Dat advies werd overgenomen in een bestuursovereenkomst tussen provincie, gemeenten en waterschappen. Volgens de natuurbescherming een onzalig compromis, gedoemd om te mislukken.
De door Vlaanderen geëiste verruiming van de vaargeul in de Westerschelde - om de haven van Antwerpen toegankelijk te maken voor grotere schepen - vermindert de oppervlakte ondiep water en leidt tot een verdere verstarring (kanalisering) van het unieke Westerscheldesysteem. Vandaar het compensatieproject.

Bescherming
Buitendijks gaat het nu alleen nog om bescherming van het Zuidgors. Ecologische inrichting van de veerhaven Kruiningen en aanleg van een broedgebied bij Terneuzen zijn van de baan. Twijfelachtig zijn herinrichting van de veerhaven Perkpolder en een broedgebied bij Hansweert.
Binnendijks zijn in beeld: aanleg van inlagen bij Rammekenshoek, Den Inkel en Margarethapolder, alsmede kreekherstel in Zeeuws-Vlaanderen en op Zuid-Beveland. Alleen dat laatste verloopt goed. Rijkswaterstaat Zeeland is verantwoordelijk voor uitvoering van de buitendijkse projecten, de Dienst Landelijk Gebied voor de binnendijkse. Het Vlaams Gewest heeft voor de plannen 44 miljoen gulden betaald, Nederland doet er 22 miljoen bij.
De natuurbeschermers lijken gelijk te krijgen. Van de buitendijkse projecten blijft bar weinig overeind, binnendijks zijn er nog drie en bij het kreekherstel is de rechtstreekse relatie met de Westerschelde ver te zoeken. Er heerst bij de natuurbescherming bepaald geen triomfantelijke sfeer van `we hebben het wel gezegd`. Een gevoel van machteloosheid domineert; er is beschaafd tandengeknars te horen. ,,Nu is er veel geld beschikbaar en daar worden gekke dingen mee gedaan.``

Sigaar
Gert van der Slikke, inspecteur Zuid-Holland/Zeeland van de Vereniging Natuurmonumenten noemt de gang van zaken zonder meer onder de maat. ,,Het compensatiebeginsel geeft aan dat je natuur van het zelfde karakter en liefst zoveel mogelijk ter plekke moet realiseren. Het betekent buitendijkse schorren en slikken. Dat wordt op geen stukken na gehaald, op geen stukken na. Ik kan er niet enthousiast van raken, integendeel.`` Hij bestrijdt niet dat met het kreekherstel in Zeeuws-Vlaanderen mooie dingen gebeuren. ,,Maar dat zou toch al worden aangepakt. Het is een sigaar uit eigen doos.``
Directeur Marten Hemminga van de stichting Het Zeeuwse Landschap zet vraagtekens bij het tempo waarmee het buitendijkse herstel door Rijkswaterstaat wordt aangepakt. ,,Als ze er al intensief mee bezig zijn, dan houden ze dat goed verborgen.`` Ook hij vindt het kreekherstel mooi, `maar dat is een reguliere taak van de waterschappen en geen echte compensatie`. Hemminga heeft wel begrip voor de moeilijkheden van Rijkswaterstaat om goede projecten te vinden, nu ontpoldering niet meer bespreekbaar is. ,,Ik wil ze niet de zwarte piet toespelen, want het is een zware opgave. Nu het compensatieprogramma nog magerder uitvalt, is de noodzaak alternatieven te vinden nog groter.``
Thijs Kramer, hoofd groene ruimte van de Zeeuwse Milieufederatie, toont zich buitengewoon teleurgesteld in de houding van Rijkswaterstaat. ,,De projecten stellen al niet veel voor en ze zijn verre van voortvarend bezig. Wat loopt, pakken ze laks op. Het stoort ons nog het meest dat Rijkswaterstaat geen positie inneemt. Neem de discussie over het ecologisch inrichten van de veerhavens Kruiningen en Perkpolder. Ze houden zich erbuiten, maar ze horen zich ermee te bemoeien. Rijkswaterstaat is verantwoordelijk voor de buitendijkse compensatie. Blijkbaar zijn ze erg bunzig geworden van wat dan ook.`` Bart Martens van de Bond Beter Leefmilieu constateert dat op geen enkele manier compensatie plaats vindt van verloren waarden. ,,Nu gaat men herstellen met binnendijkse projecten. Die hebben geen relatie met de Westerschelde als zodanig.`` Hij stelt dat de maatregelen die met gemeenschapsgeld gefinancierd worden veel te weinig (natuur)rendement opleveren. Martens zegt dat ook bij de Vlaamse overheid het gevoel leeft dat men geen rendement krijgt voor de afkoopsom die Vlaanderen betaalt. ,,Zelfs ook bij het Havenbedrijf Antwerpen, daar ziet men de bui voor een volgende verdieping al hangen.`` Hij heeft zijn hoop gevestigd op de Europese Commissie, die nog uitspraak moet doen over een klacht van de natuurbescherming tegen het natuurherstelplan.

Kritiek
Gedeputeerde Gert de Kok is niet onder de indruk van de kritiek uit de natuurbescherming, in het besef dat die de herstelplannen steeds heeft afgewezen. Hij vindt de bestuursovereenkomst het beste wat haalbaar was. ,,Per saldo maken we een aanzienlijke natuurwinst.`` De kritiek op de buitendijkse plannen noemt hij terecht, al heeft hij begrip voor de technische moeilijkheidsgraad om tot projecten te komen die duurzaam zijn. De Kok wil kijken of er iets meer kan gebeuren, vooral binnendijks. De Kok beklemtoont dat de natuurbescherming beter zelf met ideeën kan komen, in plaats van de zijlijn plannen af te wijzen. In dit verband vindt hij het plan van Het Zeeuwse Landschap om de Hedwigepolder in te richten tot natuurgebied het bestuderen waard.
Voor de natuurbescherming staat één gegeven als een paal boven water: het echec van de lopende natuurcompensatie onderstreept dat een nieuwe verdieping, waarop Vlaanderen al aandringt, zonder meer ongewenst is. Hoe gevoelig het natuurherstel Westerschelde bij Rijkswaterstaat ligt, blijkt wel uit het feit dat het de directie Zeeland vanuit het hogere echelon in Den Haag verboden is voorlopig mededelingen over het project te doen.



Terug naar Startpagina
Terug naar Krantenartikelen
Terug naar Ikmaakmezorgen-artikelen