Grontmij beoordeelt gebieden op geschiktheid voor ontpolderen Natuur voorop bij polderselectie door Rinus Antonisse
MIDDELBURG - De kansen voor nieuwe getijdennatuur hebben het zwaarst
meegewogen bij de selectie van gebieden langs de Westerschelde die ontpolderd
kunnen worden. Het gaat daarbij om de hoogteligging en hoogteverschillen in de
polders, de luwte (ligging en vorm van de polders en afstand tot de stroomgeul)
en de grootte van het gebied.
Dit blijkt uit het rapport Gebiedsselectie Natuurpakket Westerschelde van de
Grontmij. Onderzocht is in de zone tussen Vlissingen en Hansweert, waar netto
300 hectare nieuwe natuur vereist is. In het mondinggebied komt de natuur al aan
haar trekken door aanwijzing van de Vlakte van de Raan als zeereservaat en
uitbreiding van het Zwin. In het oostelijk deel, van Hansweert tot aan de grens, is
de Hertogin Hedwige-polder uitgekozen voor ontpol-dering.
Uitgegaan is van gebieden met een oppervlakte van ten minste 50 en ten hoogste
circa 330 hectare. Naast de natuurkansen (vorming slik en jong schor) is ook
gekeken naar maatschappelijke aspecten, zoals de bewoningsdichtheid en de
toekomstmogelijkheden voor de landbouw. Voorts telden mee de kosten van een
herinrichting en de landschappelijke begrenzing. Overigens: de veiligheid tegen
overstromingen mag op geen enkele wijze in het geding komen.
Economische waarde Van een flink aantal polders kon bij voorbaat vastgesteld worden dat ze sowieso
niet in aanmerking komen voor ontpoldering. Met name gebieden met een hoge
economische waarde door aanwezigheid van: veel bebouwing, haven- en
industriegebieden, wegen en leidingtracés, windparken en kassen en voorgenomen
ruimtelijke ontwikkelingen (industrie, recreatie, woningbouw), die in uitvoering
zijn of waarover een besluit is genomen.
Voorbeelden hiervan zijn gebieden Borssele (Staartse Nol) - Ellewoutsdijk;
Scheldeoord - Hoedekenskerke; Willem-Annapolder - Hansweert; Molenpolder
Nijspolder; Kleine Huissenpolder; Terneuzen - Paulinapolder-oost; Nummer Een -
Breskens. Uiteindelijk bleven er in de zone tussen Vlissingen en Hansweert twaalf
deelgebieden over, waarvan vijf aan de noordkant en zeven aan de zuidzijde. Die
zijn vervolgens weer op grond van diverse uitgangspunten beoordeeld op hun
geschiktheid voor ontpoldering. Het was dus geen kwestie van op
'n achternamiddag strootjes trekken. Integendeel, voor wat betreft de natuur zijn
maar liefst dertien aspecten van punten voorzien en voor de maatschappelijk-technische aspecten negen. De scores die uiteindelijk uit de bus
kwamen rollen gaven aan dat aan de Bevelandse kant de Zuid-, Everinge- en Van
Hattumpolder het beste zijn en in Zeeuws-Vlaanderen de Eendragt- en
Hellegatpolder (al dan niet in verschillende combinaties).
Afvallers zijn de Borsselepolder, Ellewoutsdijk-oost, Ooster-Zwakepolder,
Willem-Annapolder, Noordhof- en Molenpolder, SerArends- en Hoogland-
polder, Thomaes- en Paulinapolder. De verschillen met de uitverkoren vijf polders
zijn niet geweldig groot, maar duidelijk genoeg. Voorbeeld: in de maatschappelijk-
technische afweging komt Ellewoutsdijk-oost op 64 punten en de Hellegatpolder
op 87.
Karakteristiek Een korte karakteristiek van de vijf polders. In de Zak van Zuid-Beveland gaat het
om drie polders. De Zuidpolder, ongeveer 85 hectare, waaronder boomgaarden;
bedijkt in de eerste helft van de 14 eeuw ten zuiden van Baarland, grotendeels in
de stroom de Dierik; er waren nogal wat dijkdoorbraken, getuige de aanwezigheid
van zes welen, die bij de herverkaveling na de ramp van 1953 zijn opgeruimd.
De Everingepolder, ongeveer 111 hectare; in 1595 ten oosten van Ellewoutsdijk
aangewonnen; de eerdere Oud-Everinge-polder verdronk in 1530; er liggen enkele
bedrijven in, waaronder Zweemersdam. De Van Hat-tumpolder, ongeveer 50
hectare; pas in 1957 ingepolderd bij de dijkverzwaring na de ramp; het ging om
opgewassen schor voor de Ellewoutsdijkpolder; genoemd naar de ambachtsheer.
In oostelijk Zeeuws-Vlaanderen, ruwweg tussen gehucht Griete en gemaal
Campen, gaat het om twee polders. Eigenlijk drie, de Kleine Eendragtpolder is
gemakshalve tot de Hellegat-polder gerekend. De Eendragtpolder, ongeveer 200
hectare; door indijking in 1779 aan het toenmalige eiland van Axel toegevoegd;
aanwezig enkele bedrijven waaronder Nooitge-dacht; in 1813 werd door aanleg
van een dwarsdijk 25 hectare afgescheiden als Kleine Eendragtpolder. De
Hellegatpolder, ongeveer 132 hectare; eerst in 1926 ontstaan door bedijking van
de laatste schorren van het Hellegat, ooit vaarwater naar Hulst; aanwezig een
kampeerterrein.