De EendragtpolderReformatorisch Dagblad, 4 januari 2007
"Dat ze dit met mijn Zeeland willen doen!"
Jacob Hoekman.
ZIERIKZEE - Een redelijk draagvlak voor ontpolderen in Zeeland?
L. van Melle uit Zierikzee gelooft er niets van. De gepensioneerde Zeeuw grijpt de mogelijkheid van een burgerinitiatief aan om het onderwerp later deze maand opnieuw op de agenda van de Zeeuwse Staten te krijgen. „De provincie speelt verstoppertje.”
Leendert van Melle (63) is een „onafhankelijke, betrokken Zeeuw. Niets meer en niets minder”, zegt hij zelf. „Toen ik van de plannen voor ontpoldering hoorde, dacht ik: Dit kan niet waar zijn. Dat ze deze dingen met mijn Zeeland willen doen! Ik heb er geen direct belang bij, maar kan gewoon niet geloven dat men goede landbouwgrond wil teruggeven aan de zee.”
Van Melle ziet het liefst dat de provincie een referendum over ontpoldering organiseert onder de Zeeuwse bevolking, gelijktijdig met de verkiezingen voor Provinciale Staten in maart. Om die reden startte hij de procedure voor een burgerinitiatief op, waarmee iedere burger met 500 handtekeningen sinds enkele jaren zelf bepaalde onderwerpen op de agenda van de Staten kan zetten. De kans op een referendum is echter nihil: de provincie heeft daar geen procedure voor en het maken daarvan zou teveel tijd vergen.
De Zeeuw probeert nu een enquête af te dwingen. De kans dat Provinciale Staten naar aanleiding van zijn actie -in het zicht van de verkiezingen- inderdaad opnieuw het heikele o-woord in de mond nemen, schat hij zelf op 50 procent. „Er is mij veel aan gelegen om voor de verkiezingen de mening van de bevolking boven water te krijgen”, aldus Van Melle. „Bovendien mag de initiatiefnemer zijn voorstel in de vergadering van de Staten komen toelichten. Het lijkt me leuk om te zeggen: Jullie hebben een probleem. Jullie willen ontpolderen, maar er is geen draagvlak voor.”
Weet de provincie dat dan niet?
„Jawel, maar ze spelen verstoppertje. De Staten zitten natuurlijk in een spagaat. Aan de ene kant hebben ze toegezegd de regie te voeren in de uitvoering van de ontpolderingsplannen, terwijl de provincie in het verleden altijd openlijk tegen ontpoldering was. De omslag is gekomen toen de provincie voor de keus werd gesteld om de zaken in eigen beheer te houden of helemaal over te dragen aan het Rijk. Daarom zegt de provincie nu geregeld dat het wel meevalt met de aversie onder de Zeeuwen tegen ontpoldering. Maar ik zeg: Onderzoek dat nu maar eens.”
Zo’n onderzoek is vorig jaar al gepubliceerd. Ongeveer 44 procent bleek uitgesproken tegenstander te zijn van ontpolderen.
„Dat klopt, maar het doel van dat onderzoek was te weten te komen wat de beste vormen van communicatie zijn rond dit onderwerp. Je kunt dat onderzoek niet gebruiken, al kan ik het wel zodanig lezen dat er geen draagvlak bestaat.”
De provincie is alleen uitvoerder van een contract tussen Nederland en België. Daar kan Zeeland toch niets meer over zeggen?
„Dat is waar, maar de provincie kan de bevolking wel steunen in haar verzet tegen de plannen. Dat doet een meerderheid van de Zeeuwse gemeentes ook, en in zekere zin heeft zelfs de Tweede Kamer dat gedaan met het aannemen van de motie-Van der Staaij, waardoor ontpoldering alleen op vrijwillige basis mogelijk werd. Ik zeg daarom tegen de provincie: Durf nu maar eens terug te komen op die eerdere besluiten.”
© Reformatorisch Dagblad