www.ikmaakmezorgen.nl

PZC, 15-4-2006.

Gedeputeerde staat open voor gesprek met boeren
Kramer wil door met ontpolderen
door Rinus Antonisse

MIDDELBURG - Gedeputeerde M. Kramer (PvdA, natuur en water)
voelt er niets voor de plannen voor ontpoldering nu al op te geven.
„We moeten niet te snel de handdoek in de ring gooien."

Wel is hij bereid naar minister Veerman van LNV te gaan voor nader
overleg, nu blijkt dat het gros van de boeren in de vijf gebieden die in
aanmerking komen voor getijdennatuur, hun grond niet vrijwillig willen
afstaan. „Maar dan moeten we wel met een goed verhaal bij de minister
aankomen. Als we alleen maar zeggen: we zijn tegen, dan weet ik het
antwoord wel." De belangengroepen van de boeren in de twee
Zeeuws-Vlaamse polders en de drie in de Zak van Zuid-Beveland willen
Kramer een brief met hun handtekeningen tegen ontpolderen aanreiken en
aangeven dat onderhandelaars van de Dienst Landelijk Gebied niet welkom
zijn. „Heel graag", reageert de gedeputeerde. „Dat biedt de mogelijkheid om
een gesprek op gang te brengen. Kijken of we een gezamenlijke strategie
richting minister kunnen formuleren, die ook het belang van de landbouw
dient." Kramer zegt dat de verwerving van ruilgronden gewoon doorgaat.
„We moeten wat aan te bieden hebben." Hij is niet van plan de boeren een
gesprek op te dringen met de mensen van DLG. „Als men niet
geïnteresseerd is in een gesprek, houden we niet aan. Er is altijd iemand
beschikbaar voor boeren die wel willen praten."
De Partij voor Zeeland (die samen met Zeeuws Belang tegen de
ontwikkelingsschets Schelde-bekken stemde) wil dat het dagelijks
provinciebestuur stante pede de ontpolderingsopdracht teruggeeft aan
minister Veerman. Kramer: „Die beslissing is aan de Staten. We hebben wel
een bestuursovereenkomst gesloten, die kun je niet zomaar wijzigen."
In een verklaring spreekt het Zeeuws Agrarisch Jongeren Kontakt (ZAJK)
zich uit tegen ontpoldering. Bestuurslid A. van der Zee noemt het opofferen
van vruchtbare landbouwgronden in strijd met de (wereldwijde) noodzaak
om een hogere voedselproductie te halen. Bovendien legt de afname met
600 hectare landbouwgrond in Zeeland een zware druk op de toch al niet
mobiele grondmarkt. In de provincie wisselt jaarlijks slechts ongeveer 600
hectare landbouwgrond van eigenaar, aldus Van der Zee. Hij pleit voor
natuurcompensatie in de Westerschelde, bijvoorbeeld door aanleg van een
eiland in de rivier of in de monding. Het ZAJK vindt de redenen voor
ontpoldering niet duidelijk. Ook zetten de jonge boeren vraagtekens bij de
kosten; ze vrezen dat het een van de duurste natuurprojecten in
Nederland wordt. „De Betuwelijn onder de natuurprojecten." Van der Zee
twijfelt aan het democratisch gehalte van de besluitvorming over de
ontwikkelingsschets voor het Scheldebekken (waarin een derde verdieping
van de Westerschelde en aanleg van 600 hectare nieuwe getij dennatuur
zitten).

Kommentaar web-redacteur:
De minister en Kramer zouden ook over de grote onzekerheden in de
voorspellingsmodellen kunnen praten, want als straks de natuur in de
Westerschelde achteruitgaat heeft Nederland de instandhoudings-
verplichting; m.a.w. meer ontpolderen?
Zeer terecht wijst van de Zee op de wereldwijde voedselproductie. Dat is
een heel goed punt, want dat zijn zaken die in de bluitvorming van dit soor
projecten niet meespeelt. Op www.fpri.org (International Food Policy
Research Institute) is daar alles over te lezen. Ook lees je daar een visie
op de landbouw in de toekomst.

 

Terug naar Startpagina
Terug naar Krantenartikelen
Terug naar Ikmaakmezorgen-artikelen