
Romain van Damme
Twaalf jaar lang was Joris van Waes voorzitter van de vakgroep akkerbouw van de zuidelijke land- en tuinbouworganisatie ZLTO. Dat was niet altijd even gemakkelijk. Duizenden boeren stopten door de Europese landbouwhervormingen die nog altijd voor de nodige onrust zorgen. Toch zegt Joris van Waes: „Ik ben optimistisch, de toekomst voor de landbouw kan er mooi uit zien." Donderdag 23 november neemt hij afscheid.
Boven de archiefverhalen over landbouw staan alleszeggende koppen: 'Produceren voor een appel en een ei', 'Brusselse suikerdeal een schande', 'Akkerbouw moet fors inleveren' en 'Boeren teleurgesteld in Brussel'. Die verhalen zijn nog niet zo lang geleden gemaakt. Op televisie en radio zeggen treurig kijkende boeren dat ze de schuurdeur definitief op slot draaien. Ze kijken al jaren treurig.
ledere dag stoppen er acht boeren. En dan zegt Joris van Waes doodleuk: „Ik ben optimistisch over de toekomst van de landbouw." De verbazing verbaast hem niet. „Want het klopt dat boeren het door allerlei Europese regels moeilijk hebben en het klopt ook dat er veel boeren stoppen. Maar ik blijf optimistisch. Als de landbouw de kansen pakt die er komen, komt het toch nog goed."
Energie is één van de kapstokken waaraan de landbouw nieuwe stijl opgehangen kan worden, voorspelt Van Waes. Of misschien nog beter, móet opgehangen worden. „Energie wordt zo duur dat biograan straks een goede oplossing is. We willen steeds onafhankelijker worden van de oliewinning. Ja toch? Want olie is ook niet onuitputtelijk en wat gebeurt er als meneer Poetin in Rusland de gaskraan dichtdraait? Dan zitten wij in de kou. Ook in Nederland. Nou, laat de Fransen, Tsjechen en Polen maar biograan verbouwen voor de energiemarkt. Doen wij datgene waar we goed in zijn." Zelf stopt Joris van Waes ook. Niet als akkerbouwer in Phillippine waar hij in de Zeeuws-Vlaamse polders nog altijd met veel plezier honderd hectare landbouwgrond bewerkt. Hij stopt wél als voorzitter van de vakgroep akkerbouw van de zuidelijke land- en tuinbouworganisatie ZLTO. „Ik heb het twaalf jaar gedaan. Het wordt tijd dat een ander het overneemt", zegt hij. „Ik ben zo vaak weggeweest. Het gebied is groot. Zeeland, Brabant en een deel van Gelderland. Veel reizen dus om allerlei bijeenkomsten en vergaderingen te kunnen bijwonen. Het wordt tijd om eens wat meer thuis te zijn en dat een ander, Theo Koekkoek, het overneemt." In twaalf jaar tijd is hij gewend geraakt aan de bestuurlijke vernieuwingen binnen de landbouworganisatie. „We hanteren nu het portefeuillemodel. Mensen zijn gespecialiseerd op een klein deel uit de landbouw. Op water of mineralen, ik noem maar wat. Je moet er volgens mij wel altijd voor zorgen dat je iemand hebt die een brede kijk en het overzicht heeft." Wat er nog veranderd is? Van Waes hoeft niet lang na te denken. „Het marktdenken. Je moet produceren wat de markt vraagt. Daarvoor was het produceren en nog eens produceren. Gestimuleerd door het Europees beleid. Wel logisch na de Tweede Wereldoorlog. We wilden niet afhankelijk zijn van andere werelddelen. We hebben het zo goed gedaan dat we onszelf voorbij streefden en er overproductie was." Sinds de beginjaren negentig trapt de Europese Unie daarom stevig op de rem. „Er moest wat gebeuren. De landbouwhervormingen kwamen en komen in hoog tempo op ons af. Zoals nu weer de hervorming in de suikersector. Onze drie fabrieken in Nederland draaien nog goed, maar hoe lang nog? Straks worden we overspoeld met rietsuiker uit Brazilë en Australië. Als Europa een beetje overschot op de markt dumpt, schreeuwt de rest van de wereld moord en brand. Als het andersom is, horen we vrijwel niemand."
De politiek al helemaal niet. Die heeft zich volgens Van Waes de afgelopen jaren volledig afgekeerd van de landbouw. „Ach, die politiek denkt: als al de producten niet meer uit Nederland komen, komen ze wel elders vandaan. Nou, daar kan de politiek
zich wel eens deerlijk in vergissen." Halverwege volgend jaar hebben de frietboeren geen goede aardappelen meer en betalen we het dubbele voor een kilootje in de supermarkt, zegt Van Waes. „Er is wereldwijd een gebrek aan kwaliteitsaardappelen. En wat denk je van de graanvoorraad? Die is niet zo groot hoor. Door de gigantische droogte is er in Australië weinig geproduceerd. Ook in Oekraïne en Canada is er minder graan. Dat beetje voorraad is zo weg. Dat heeft zeker te maken met het weer. De klimaatsverandering gaat onze landbouwdeur niet voorbij."
Asfalt
Maar ook dat kan voor de boer nieuwe stijl kansen opleveren, denkt Van Waes. „De boer moet daarop inspelen. Op waterberging door een goede kavelindeling. Alles wat niet bebouwd is, kan beter water bergen. Veel beter dan in de stad waar asfalt het water vrij spel geeft. De landbouw kan in de watervoorziening een belangrijke rol spelen. Daar moeten we zeker niet voor weglopen en dat moeten we uitdragen." Dan moet er natuurlijk wel voldoende landbouwgrond overblijven. Al kan niet ontkend worden dat natuurgebieden ook hun steentje bij kunnen dragen aan een goede waterbeheersing. Van Waes echter: „Natuurbeheersing is veel duurder dan landbouwgrond. Zeker twee tot drie keer zo duur. En het brengt niets op. Begrijp me goed. Ik heb niets tegen natuur, maar laat dan iedereen gemeten van die natuur en zet er geen prikkeldraad rond zoals vaak gebeurt."
De ironie sluipt in zijn stem. „Als we niet uitkijken moeten we straks De Peel weer ontginnen. Al is dat misschien niet zo'n
goed voorbeeld. De Peel is niet zo vruchtbaar. Maar ik bedoel dat we wel moeten uitkijken vóór veel verlies van landbouwgrond. We verliezen vooral in Zeeland grond aan de ontpoldering." ledere dag stoppen er in Nederland gemiddeld acht boeren. Eén op de drie boeren heeft geen opvolger en de blijvers moeten de bedrijven almaar uitbreiden. Van Waes: „Dat is allemaal waar. Schaalvergroting is nodig en zal een aantal kleinere bedrijven de kop kosten. Het heeft ook te maken met de liberalisering van de landbouw. Liberalisering is de doodsteek, geloof me. Om de doodeenvoudige reden dat je de landbouw moet beschermen tegen onder andere Amerika dat de eigen markt uitstekend beschermd, maar wel eist dat de andere markten open moeten zijn. In Europa hebben we bescherming nodig. Anders verliezen we alles." Terwijl er volop kansen zijn om de landbouw in de niet eens zo verre toekomst als winnaar te kronen, zegt Van Waes nog maar eens. „We moeten wel een periode overbruggen. Met dat stukje bescherming in onze rug. En het besef dat landbouw hard nodig is. In Nederland wordt veel gesproken over kenniseconomie. Daar moet Nederland het van hebben. Prima. Maar dan kun je niet zonder primaire productie." „In de landbouw zijn we bezig met het ontwikkelen van nieuwe rassen. Nederland is verschrikkelijk goed in veredelen. Dat moeten we laten zien, daar moeten we de boer mee op. Zeker in het buitenland. We ontwikkelen nieuwe machines. Als we geen landbouw meer hebben, kunnen we dat allemaal vergeten en kunnen we de landbouwuniversiteit in Wageningen sluiten."
Retour Startpagina
Retour Krantenartikelen
Retour Ikmaakmezorgen-artikelen