zuidgors
www.ikmaakmezorgen.nl
Provinciale Zeeuwse Courant - zaterdag 12 mei 2001

Natuurherstel stelt Kamerleden teleur

Door Rinus Antonisse

MIDDELBURG - Zeeuwse Kamerleden zijn uiterst ontevreden over het buitendijkse natuurherstel in de Westerschelde. Van de vijf projecten zijn er nog maar twee - herinrichting veerhavens Kruiningen en Perkpolder - overeind gebleven en ook die plannen zijn nog onzeker.

,,Het had nooit zo mogen gebeuren met de natuurcompensatie. Onze vrees dat het verkeerd zou gaan, blijkt bewaarheid``, zei L. van Dijke (ChristenUnie) vrijdag na overleg met Gedeputeerde Staten in Middelburg.
Hij gaat ervan uit dat het buitendijkse natuurherstel - dat de schade door de verdieping van de Westerschelde moet compenseren - `een buitengewoon teleurstellend resultaat` oplevert.
Van Dijke is van plan daarover de verantwoordelijke bewindslieden aan te spreken, om ze aan hun beloftes te houden. ,,Ik wil een maximale realisatie van wat toen is toegezegd.`` Het Kamerlid noemt de gang van zaken een harde les die meespeelt in de discussie over eventuele nieuwe verdiepingen.
De CDA`er S. Buijs deelde de teleurstelling. ,,Het is jammer dat buitendijkse compensatie niet haalbaar blijkt te zijn, maar gedane zaken nemen geen keer.`` Hij vond dat verder gezocht moet worden naar nieuwe mogelijkheden. ,,Is dat niet buitendijks, dan maar binnendijks.``
G. Schoenmakers (PvdA) sprak van een nootlotscenario. Hem was uit het overleg bijgebleven dat er voor ÚÚn miljoen gulden binnendijks meer natuur te realiseren is dan buitendijks. ,,Dat is wel een verrassende conclusie.``
Senator L. Ginjaar (VVD) stelde dat zonodig bekeken moet worden over de natuurcompensatie ook buiten de Westerschelde en naaste omgeving te verwezenlijken is.
ChristenUnie, PvdA en VVD staan achter het regeringsstandpunt over de toekomst van de Westerschelde, zoals dat is neergelegd in de Vijfde Nota Ruimtelijke Ordening. Nieuwe verdieping staat op gespannen voet met de veiligheid voor overstromingen van met name het oostelijk deel van de Westerschelde en de Zeeschelde. Ook tast een volgende verdieping de ecologische en cultuurhistorische kwaliteit van het gebied verder aan. Van Dijke, Ginjaar en Schoenmakers onderschreven dit van harte. Buijs wilde geen mening geven. Hij wacht de discussie in Vlaanderen en Nederland af. Van Dijke onderstreepte dat een verdrag uit 1839 niet voor altijd en eeuwig bepalend kan zijn voor het verruimen van de vaargeul.