Ontpolderen slaat emoties los

PZC, 3-6-2006

door A.J. Snel.

Het is een immer weerkerend fenomeen: het etiketteren van de krant. Sinds mensengeheugenis zijn lezers of groepen lezers bezig hun krant in een kamp in te delen. Links of rechts, voor of tegen de regering, pro of contra een plan of voornemen. Krantenmakers raken daaraan gewoon. Ze weten vaak tevoren: dít levert ons een behoudend imago op en dát zal een groep lezers het gevoel geven dat we te lichtzinnig worden. Zo leert een mens laveren.


Toen eind jaren zestig, begin jaren zeventig en discussie werd gevoerd over de vraag of de Oosterschelde open moest blijven dan wel moest worden afgesloten, liepen de gemoederen af en toe hoog op. De openhouders werden door velen gezien als mensen die geen besef hadden van de ramp die Zeeland in 1953 trof. Zij gingen, zo werd betoogd, voorbij aan alle leed en waren alleen maar begeesterd van de natuur. Die visie op de vechters voor een open Oosterschelde veranderde enigszins, toen de vissers zich bij hen voegden. De vissers hadden een manhaftige rol gespeeld in de hulpverlening na de ramp en konden er niet van worden verdacht dat ze geen oog hadden voor de gevaren van de zee.

Zeker in de eerste periode van het nieuwe denken over natuur en milieu werd de discussie dus niet uitsluitend op basis van rationele argumenten gevoerd. De krant werd partij. Van beide zijden werd de PZC belaagd. De actievoerders voor de open zeearm klaagden voortdurend over een gebrek aan aandacht voor hun zaak. De voorstanders van afsluiting zagen het andersom. Ze vonden dat de activisten onmatig in het nieuws kwamen en dat de krant zich daardoor mede verantwoordelijk maakte voor de riskante situatie die naar hun inzicht zou ontstaan als de geplande verkorting van de kustlijn achterwege zou blijven. Het had heel weinig zin de twee partijen op andere gedachten te brengen over de mate waarin aandacht werd besteed aan hun zaak. Ook al konden de journalisten van die tijd onder verwijzing naar de hoeveelheden archiefstukken aantonen dat beide partijen zeer ruim aandacht kregen voor hun zaak en dat ze de krant kennelijk nodig hadden om goed op de hoogte te blijven van elkaars strevingen en bewegingen, de journalistiek in Zeeland deed het nooit goed. De Rijkswaterstaat ontwikkelde dat gevoel minder sterk, maar ik heb ook vanuit die organisatie vaak het verwijt gehoord dat wij partij hadden gekozen voor de openhouders.

Echte Zeeuwen

De geschiedenis herhaalt zich; zoals het hoort. In de afgelopen maanden vindt in volle hevigheid het debat plaats over ontpoldering en weer gaat het hard tegen hard. Ook in deze discussie speelt op de achtergrond de ramp. De PZC ontvangt tientallen brieven over de ontpolderingsplannen. Er valt uit op te maken dat de discussie vooral wordt bepaald door emotie: echte Zeeuwen zouden nooit land teruggeven, zo wordt betoogd. Rationele overwegingen die met de veiligheid te maken hebben, zijn moeilijk over te brengen.

Opnieuw komt hierbij de krant in het geding. Herhaalde malen heb ik de afgelopen tijd te horen gekregen dat de Provinciale Zeeuwse Courant een ’ontpolderingskrant’ is. De redactie zou zich opstellen aan de zijde van de bestuuurders die, met Nederlands-Vlaamse afspraken in de hand, willen doorzetten dat van zeshonderd hectare landbouwgrond getijnatuur wordt gemaakt. Met name verslaggever Rinus Antonisse, die behalve over landbouw ook veel schrijft over natuur en die de rosse grutto liefheeft boven alles, wordt verweten dat hij pro ontpoldering is.

Hij hoort daarvan op: „Ik kreeg laatst nog via via te horen dat een tegenstander van ontpoldering, die de krant goed volgt, geen idee had waar ik precies sta in die discussie. Dat vond ik eigenlijk wel complimenteus want de verslaggever moet buiten beeld blijven. Als bij anderen toch het idee postvat dat ik op de hand van minister Veerman en gedeputeerde Kramer ben, dan kan ik dat niet zo goed plaatsen. Misschien komt het doordat de tegenstanders vooral hun verhaal in de krant willen en geen analyse waarin hun kansen worden gewogen. Zij hebben alle aandacht gekregen die ze journalistiek gezien kunnen krijgen. Als ze daar geen oog voor hebben, kan ik daar wenig mee. Vooral de tegenstanders uiten zich op dit moment. Maar ik doe natuurlijk in de krant ook iets aan uitleg over hoe het nu zit met die afspraken tussen Nederland en Vlaanderen. De boodschapper is nogal eens de boosdoener. Ik zorg voor nieuws en achtergronden van beide kanten. Wat ik er zelf van vind, doe niet ter zake.“

Ook nu maakt men over en weer gretig gebruik van informatie die de media verstrekken. En wie goed naar de krant kijkt, ziet dat wij vooral veel feiten melden, op basis waarvan lezers tot een oordeel kunnen komen.

Een week later komt AJ Snel er nog een keer op terug, vanwege een reactie van Kees Slager.

Commentaar van de Web-redacteur:
Wellicht was mijn ingezonden brief "Ontpolderen 35" aanleiding tot dit artikel. Vandaar dat ik graag op het artikel inga. Gedeeltelijk kan ik mij vinden in dit stuk van de heer Snel.

Natuurlijk zullen altijd weer voor- en tegenstanders van een specifiek debat de media in hun voordeel proberen te gebruiken. En bij de discussie rond de Oosterschelde zullen vaak mensen gevonden hebben dat hun visie te weinig aan bod kwam. Voor en tegenstanders van het open houden van de Oosterschelde zullen ongetwijfeld hun emoties bij interviews bewust of onbewust getoond hebben. Nieuw voor mij is dat de PZC toen partij koos voor het nieuwe denken over natuur en milieu.

Als de heer Snel een parallel ziet tussen de discussie over het openhouden van de Oosterschelde en de discussies die nu over ontpolderen gevoerd worden, dan ben ik het absoluut niet met hem eens, omdat:

Een krant hoeft niet neutraal te zijn. Ten tijde van het Oosterschelde-debat koos de PZC voor het nieuwe denken over natuur en milieu. Anno 2006 kiest de PZC voor schenkingen aan Het Zeeuws Landschap en artikelen in samenwerking met Het Zeeuws Landschap. Dat mag. Daarom ben ik toch zo vrij om de PZC in te kleuren zoals ik dat doe. Net zo goed als ik Trouw, de Telegraaf en de Volkskrant inkleur.