Hedwigepolder
De Hertogin Hedwigepolder.

Soms zit er niets anders op dan het land terug te geven aan de zee

commentaar 23 october 2008

De Hertogin Hedwigepolder mag met een gerust hart een ’groene parel’ worden genoemd, een verstilde oase vlak onder het schorrengebied van het Verdronken land van Saeftinge, boven het Antwerpse havengebied en aan de druk bevaren Westerschelde. Het zal even slikken zijn om de dijken van juist deze polder te moeten doorsteken, terug te moeten geven aan het water en zo de nodige ruimte te scheppen voor herstel van de natuur in het Westerschelde-estuarium. Maar hoe jammer ook, er zit niets anders op.

De argumenten die voor deze gang van zaken pleiten zijn deze week nog eens glashelder uiteengezet in een rapport van de commissie-Nijpels. Deze commissie onder leiding van de oud-commissaris van de koningin in Friesland, Ed Nijpels, heeft alle denkbare alternatieven onderzocht. De conclusie is voor geen tweeërlei uitleg vatbaar: ontpoldering van deze polder is de beste (en tevens de goedkoopste, snelste en veiligste) mogelijkheid om de natuur in de Westerschelde te herstellen. En niet een beetje de beste, maar verreweg de beste.

Deze conclusie weegt des te zwaarder als we bedenken dat Nederland vergaande verplichtingen is aangegaan. In Europees verband hebben wij ingestemd met natuurherstel in de Westerschelde, conform de EU-richtlijnen voor natuur- en milieubeheer. En we hebben verdragen met België gesloten waarin we akkoord zijn gegaan met een uitdieping van de Westerschelde. Die uitdieping heeft een aantasting van de natuur tot gevolg, zodat het ook om die reden noodzakelijk is om compensatie te zoeken in de vorm van natuurherstel. Met een ontpoldering van de Hedwigepolder kunnen we die verplichtingen voor een belangrijk deel inlossen. En een prettige bijkomstigheid is dat de Belgen de kosten voor hun rekening willen nemen.

Tegenover deze argumenten staat het niet te onderschatten gevoel dat het Nederlanders in het algemeen en Zeeuwen in het bijzonder aan het hart gaat om kostbare landbouwgrond terug te moeten geven aan de zee. Ons instinct zegt: inpolderen en dijken bouwen en daar komt in deze tijden van voedselschaarste nog bij dat het bijna tegennatuurlijk is om een voedselwingebied onder water te zetten. Dat is weggegooid geld, zeggen ze in Zeeland. Anderzijds is het vele malen kostbaarder de Belgen tegen ons in het harnas te jagen, alsof we hun Antwerpen nog steeds niet gunnen, en zwaarwegende natuurbelangen aan de laars te lappen.

De zee geeft en de zee neemt. Jarenlang hebben we van de zee genomen. Het is nu tijd om de zee wat terug te geven. Een poldertje.


25 oktober 2008
Reactie van Ir Lases op rapport Cie. Nijpels
Geachte redactie,

In “Commentaar” van donderdag j.l. geeft u krachtige steun aan het rapport Nijpels. Vol onbegrip heb ik het gelezen. Het heeft de schijn dat de schrijver van “Commentaar” het rapport Nijpels kritiekloos heeft gelezen. Het opent met de onjuiste misleidende terminologie “land terug geven aan de zee” en eindigt met de denigrerende term “een poldertje”.
Als het dan gaat om een “poldertje” waar vandaan dan al die druk met commissies op hoog niveau alsof daarmee het “natuurherstel” (een even misleidende als demagogische term) van de Westerschelde valt of staat en laat men die economisch goed draaiende boerenbedrijven niet bestaan?

Het is de schrijver kennelijk ontgaan dat de commissie naar ontpoldering toe schrijft en alleen alternatieven nader aanstipt als kansrijk die ook tot ontpoldering leiden. Daarmee vast een voorschot nemend op de toekomst. Alle alternatieven die compensatie van verloren gegane intergetijden natuur bieden in de Westerschelde worden doodgezwegen op de petities na. Voor de petities zoekt men excuus in procedures om die naast zich neer te leggen.
Er bestaat voor de commissie maar één vorm van natuur en dat is intergetijden natuur. Als de commissie het over natuur heeft, dan is dat deze selectieve natuur. Alles dient daar kennelijk voor te moeten wijken.
Intergetijden natuur is onderdeel van de estuariene natuur. In zijn algemeenheid is de verloren gegane oppervlakte aan intergetijden gebied ten goede gekomen aan de diepere estuariene natuur. Er is dus geen verlies aan estuariene natuur, maar er is wel verschuiving opgetreden. Het ligt voor de hand om die compensatie in de Westerschelde zelf te vinden en niet er naast.
Door de steeds veranderende natuurlijke omstandigheden o.a. door de immer stijgende zeespiegel is het onmogelijk oorspronkelijke omstandigheden terug te brengen en bestaat “natuurherstel” in de Westerschelde per definitie niet.
Oorspronkelijk was het Westerscheldegebied een aaneengesloten zoet water veengebied. Na de Romeinse tijd begon de Noordzee door de zeespiegelstijging in te breken tussen Walcheren en west Zeeuws-Vlaanderen. Door de steeds hoger wordende zeespiegel en menselijke handelingen wist de zee steeds verder naar binnen te dringen. We verloren steeds meer land aan de zee, ondanks dat we ons zoveel mogelijk met dijken trachten te beschermen. De zee heeft steeds meer land genomen en nu gaan we ook nog eens land cadeau geven onder de misleidende terminologie van de natuurbeleidsmakers van natuurherstel en teruggave aan de natuur. We helpen daarmee de zee steeds verder naar binnen te trekken en laten daarmee de verzilting toenemen. De haven van Antwerpen is onze natuurbeleidsmakers zeer erkentelijk.
Het ontpolderen van de zo ver land inwaarts gelegen Hedwigepolder houdt o.a. het afgraven van de door de natuur gevormde kleilaag in en er wordt een brakwater intergetijden gebied gemaakt. Het gebied is echter altijd zoet geweest. Door de verdiepingen van de vaargeul is het zoute zeewater drastisch opgerukt en komt nu tot Zwijndrecht in België. Door de militaire inundaties van de Tachtigjarige Oorlog werd ook dit gebied onder water gezet en maakte enige eeuwen deel uit van een zoet water intergetijden gebied, totdat dit stuk opnieuw werd ingepolderd. Nu wil men er voor het eerst een brakke cultuur maken. Dit noemt de commissie natuurherstel en teruggave aan de natuur. Begrijpt u het nog?
Ook beweert de heer Nijpels dat door deze ontpoldering de veiligheid van Zeeland toeneemt. Hij is duidelijk verkeerd voorgelicht. De hoeveelheid vloed- en ebwater die dan dit gebied moet gaan in- en uitstromen wordt aangeslingerd door de Noordzee. In beginsel betekent dat dat die hoeveelheid water overal extra op de Westerschelde heen en weer gaat stromen. De Westerschelde gaat daardoor weer wat meer uitschuren en leidt dus tot een stukje extra verlies aan natuurlijke intergetijden oppervlakte in de Westerschelde zelf. Door het stukje uitschuring ondervindt een stormvloed ook iets minder weerstand. De veiligheid neemt wat af.
Een van de petities stelde voor om een deel van het hoge schor van het Land van Saaftingen te verjongen (te verlagen). Dit is nu echt het ei van Columbus. Door het opslibben is dit oorsponkelijk intergetijden gebied nagenoeg onttrokken aan het intergetijden areaal. Het getuigt van inzicht om dit deels weer echt terug te geven aan de natuur, waarvoor de commissie Nijpels zich zo wil inzetten.
Het rapport van de commissie Nijpels kenmerkt zich door een tunnelvisie.

Ir. W.B.P.M. Lases.
Een van de indieners van alternatieven in de Westerschelde