

26 september 2008
Reuzen op lemen voeten
Jan Geluk, dijkgraaf, Waterschap Hollandse Delta.
„Oosterschelde open" was een kreet die eind jaren zeventig Schouwen-Duiveland in rep en roer bracht. Door de uitvoering van het Deltaplan was het noodzakelijk de Oosterschelde af te dammen en zoet te maken. Dit was de conclusie van de Deltacommissie die in 1960 met haar rapport kwam. Door deze afsluiting zou de mossel- en oestervisserij onmogelijk worden. Yerseke zou haar functie van schelpdiercentrum verliezen. Daarnaast vreesden biologen en natuurverenigingen voor ernstige ecologische schade aan het Oosterscheldebekken. Actie groepen werden geboren en de mosselvisserij sloot een verbondmet de natuurbeweging. Wrang is te constateren dat deze samenwerking niet lang heeft geduurd. De partijen staan nu lijnrecht
tegenover elkaar over de bevissing op mosselzaad. Het kan verkeren.
Aan de andere kant was er het belang van de kustverkorting en de bescherming van have en goed tegen de steeds weer opdringende zee. „De bestaande dijken moeten maar worden verhoogd", betoogden de actiegroepen. „Nee", zeiden de dijkbeheerders, „maak een ander plan, want verhoging is veel te duur en dijkvallen kunnen niet worden voorkomen". Uiteindelijk is er na een onderzoekscommissie Klaassen een afsluitbare dam gekomen die meer dan 1 miljard gulden duurder was. Dit was in de tijd van het kabinet den Uijl. Geld speelde geen rol.
De discussie tussen Oosterschelde open en dicht bleef ook na deze beslissing lang aanhouden. Maar uiteindelijk luwde deze en was iedereen ingenomen met het waterbouwkundige hoogstandje van de Oosterscheldekering.
De commissie Veerman betoogt nu dat na ongeveer honderdjaar de Oosterscheldekering open moet worden gemaakt waarbij de dijken rondom de Oosterschelde moeten worden verhoogd. Dit bij een verwachte zeespiegelstijging van circa 1,30 nieter. Los even van de vraag of de zee werkelijk zo veel gaat stijgen en mogelijk nog veel meer in de honderd jaar daarop is het mijn inziens een slechte oplossing. De langere kustlijn langs de eilanden in de
Oosterschelde versterken, is een immense en zeer kostbare opgave. De dijken worden reuzen op lemen voeten. Het zullen monsterdïjken worden. Veel hoger en veel breder, die staan op veenachtige slappe grond met vaak diepe geulen aan de teen van de dijk. Anderen beweren dat de kust langs de eilanden vanzelf breder wordt en de zee voldoende klei en zand aanbrengt en zich daarbij vanzelf verhoogd. Ook daar geloof ik niks van. De Oosterschelde is immers geen rivierarm die zand en klei afvoert. De Oosterschelde is een zeearm die uitschuurt in open toestand door de eb en vïoedstroom. De aanvoer van zand zal veel te langzaam gaan.
Bij een daadwerkelijke verhoging van de zeespiegel is er voor de Nederlandse kust maar een oplossing. De kust zo kort mogelijk houden en daar versterken. Ook de rivierdijken die naar binnen steken zullen daarbij stevig verhoogd moeten worden. Jammer voor Antwerpen, Jammer voor de Oosterschelde. Ingenieurs en biologen mogen zich de komende jaren verdiepen hoe de ecologische problemen aan te pakken. Dat is een grote uitdaging.
Een ding weet ik zeker.
Wij zullen het niet meer meemaken.
De zeespiegel stijgt gelukkig niet zó hard.