Opponenten wensen studie naar noodzaak ontpolderen
door Jaap Schijve. foto: Willem Mieras
Minister Veerman bezoekt op 20 mei de CZAV in Wemeldinge. Bij zijn toespraak zegt hij over het ontpolderen: „Zeeland en de Zeeuwen zullen toch moeten inzien dat er geen ontkomen aan is. Het heeft geen zin om verwachtingen te wekken die niet kunnen worden waargemaakt."

Mensen die daar anders over denken, zijn volgens de minister blijkbaar wereldvreemd. Waarom zou aan ontpolderen niet te ontkomen zijn? Belangrijke vragen: Is er een verplichting tot ontpolderen? Willen wij ontpolderen, waarom wel, of juist niet? En is er haast mee? Moeten de Westerschelde-problemen ook bezien worden in het kader van de Noordzeekust van Nederland op lange termijn?
Tussen Vlaanderen en Nederland is een verdrag gesloten over het uitdiepen van de Westerschelde en compensatie van natuurschade. Voorstanders van ontpolderen suggereren dat dit verdrag ontpolderen noodzakelijk maakt. Dit wordt opnieuw gesteld in een artikel in de PZC van 23 mei ('Ontpolderingsplan blijft overeind'). Maar het is gewoon niet waar.
Die specifieke verplichting staat er niet in. Ook de Europese Habitat-richtlijnen schrijven die verplichting niet voor. In het PZC-artikel van 23 mei staat dat het provinciebestuur moties van enkele gemeenteraden tegen ontpolderen naast zich neerlegt. Het vraagt ook niet aan andere gemeentes hoe zij daar over denken. En toch geeft de algemene opiniepeiling aan dat de Zeeuwse bevolking het slechten van dijken afwijst. Het strijdt met de opvatting dat het gaat om land dat met veel inspanning gewonnen is om Zeeland te maken tot het land dat het nu is. Dat is niet alleen de mening van boeren, maar even goed van burgers. Waar is de democratie in Zeeland gebleven? Zijn er dan mensen die het ontpolderen wel willen? Vraag het op straat en men noemt Thijs Kramer, de gedeputeerde. En natuurliefhebbers van zoutwatermilieus. Maar niet de natuurliefhebbers van de zak van Zuid-Beveland,
aangemerkt als Waardevol Cultuur Landschap en Nationaal Landschap, Willen we dat dan opofferen aan de zee, terwijl de weg naar de Westerscheldetunnel om milieuredenen er voor omgelegd is? Rinus Antonisse schreef eerder in de PZC dat ontpolderen van alle tijden is. Maar zijn voorbeelden gaan over onder water zetten om militaire of commerciële redenen, niet om een stuk nieuwe natuur te scheppen. Waar Thijs Kramer en de Provinciale Staten niet over praten zijn kostenaspecten. Ontpolderen is kapitaalvernietiging, land weggeven. Maar het is meer. Nieuwe dijken aanleggen, en een langer dijktraject op deltahoogte houden. Zeer hoge kosten en de bijdrage van Vlaanderen is relatief klein. Een realistisch langetermijnplan (dertig jaar) ontbreekt, hoewel dat vereist is. Dat plan kan niet los gezien worden van de kustverdediging van Nederland. Dat probleem heeft alles te maken met de stijging van de zeespiegel en mogelijke kustverdediging door zandsedimentatie en schorvorming. Voor de kust van Zuid-Holland wordt dat nu al serieus genomen. Overigens, op
lange termijn neemt het landbouwareaal mondiaal af en de bevolking toe. De fossiele brandstoffen zijn eindig en landbouw voor voeding en biologische brandstoffen (koolzaad en suikerbieten) vereist wel grond. De discussie over ontpolderen was tot nu toe chaotisch met een onvolledige voorstelling van zaken. Relevante aspecten zijn buiten beschouwing gelaten. Het is hoog tijd dat de zogenaamde noodzaak van ontpolderen opnieuw wordt bestudeerd. De voorstanders van ontpolderen beweren dat haast gemaakt moet worden. Dat is een
bedriegelijk argument. Er wordt ook niet gezegd waarom dat nu zo snel moet. Die haast is niet reëel. Schade door de derde verdieping van de Westerschelde snel compenseren, terwijl niet bekend is hoe groot die schade zal zijn (onzakelijk standpunt) en zelfs niet of er wel schade zal zijn. Wat bij Hoofdplaat in de Schelde - de vorming van het natuurgebied
De Hoge Platen - plaatsvond, is toch al buitendijkse winst. Het snel willen ontpolderen lijkt op doordrukken van een onvoldragen voorstel. Het is merkwaardig dat diverse leden van Provinciale Staten achteraf te kennen hebben gegeven dat zij eigenlijk op onvoldoende gronden ja tegen ontpolderen hebben gezegd, en daar nu eigenlijk spijt van hebben. Voor boerenvertegenwoordigers geldt hetzelfde. Een belangrijk man in Antwerpen zegt dat die schadecompensatie een probleem voor Nederland is waar hij niet wakker van ligt. Waar zijn we dan in godsnaam mee bezig? Stel je voor dat Provinciale Staten bij nader inzien zouden aandringen op een herbezinning, dat zou een geweldige Zeeuwse gezichtswinst zijn, een opsteker van jewelste. Als Thijs Kramer dat nu eens zou voorstellen. We lopen dan ook niet het risico dat men later moet vaststellen dat in 2006 een historische fout is gemaakt met het land van Zeeland. Die zee komt echt nog wel aan zijn trekken.
Prof dr ir J. Schijve uit Retranchement is emeritus hoogleraar van de TU Delft.