Volkskrant

zaterdag, 24 januari 2009

Leve de natuur, weg met het volk

Door Marieke Aarden


Inheemse volken in Afrika ondervinden soms grote hinder van de
natuurbescherming en van commerciële bedrijven.
Het is vechten tegen het grote geld.

De conflicten tussen inheemse volken in de Derde Wereld en natuurbeschermers worden grimmiger. De internationale natuurbeschermingsunie IUCN zegt dat er geen mensen meer een natuurpark worden uitgejaagd die daar van generatie op generatie leven. ‘Dat is verleden tijd’, aldus Gonzalo Oviedo van IUCN in Zwitserland.

Maar dr. Bram Büscher, die vorige week aan de VU in Amsterdam cum laude promoveerde op de zogeheten grensoverschrijdende natuurparken in Zuidelijk Afrika, denkt daar anders over. ‘Het gaat niet meer zo radicaal als in de koloniale tijd en tijdens de apartheid, maar dat er geen mensen meer worden verjaagd uit natuurparken is gewoon niet waar.’

Er zijn talrijke voorbeelden in Zuidelijk Afrika, Kameroen, Ethiopië en Sabah. ‘Lokale mensen trekken aan het kortste eind en zijn vaak geen partij voor de grote professionele natuurbeschermings-organisaties, die parken beheren en ook nog eens over het grote geld beschikken’, zegt Büscher.

Grensoverschrijdende natuurparken zijn sinds kort een trend. Behoud van de biodiversiteit staat voorop. Het tweede doel is armen die rondom de parken wonen, te helpen in hun ontwikkeling. Zo ontstaat er internationale samenwerking – en misschien wel vrede. Vredesparken worden ze daarom ook wel genoemd.

De strijd om deze natuurparken, vaak in het regenwoud, zal intensiever worden. Het volgende Klimaatverdrag voorziet erin dat ook het niet kappen van bossen wordt gecompenseerd. Bossen worden dan geld waard, regeringen zullen dat graag willen verzilveren en niet willen delen met de indianen, pygmeeën en andere lokale groepen.

Orviedo van IUCN in Zwitserland zegt dat ontwikkelingslanden nogal eens natuurparken wilden instellen om de inheemse volken te kunnen verdrijven. ‘Zo konden ze etnische politiek bedrijven en de inheemse volken uitsluiten van hout, ertsen, water, wild en andere verkoopbare natuurlijke hulpbronnen.’ Behoud van het regenwoud, aldus Oviedo, is het beste gegarandeerd door de inheemse bevolking er te laten leven. ‘Zijn zij weg, dan wordt het oerwoud zeker gekapt’, zegt hij. Inheemse volken zijn overigens niet per definitie heilige ecologen, zegt dr. Gerard Persoon, antropoloog bij het Centrum voor Milieukunde in Leiden. ‘Dat idee moet eerst van tafel. Net als gewone mensen staan ze bloot aan de verlokkingen van het moderne leven. Ze willen ook een motorboot, kettingzaag en tv. Ze doen mee aan illegale houtkap en jagen op bushmeat. Het is kiezen of delen: of meedoen en een
graantje meepikken, of aan zijlijn staan en dan alles kwijt zijn.’


Weinig keus

Inheemse volken hebben weinig keus, beaamt politicoloog Büscher.
Hoe het er in de praktijk aan toegaat, beschrijft hij in zijn proefschrift, met als voorbeeld de Maloti- Drakensberg Transfrontier Conservation Area op de grens van Lesotho en Zuid-Afrika. Het natuurpark werd opgezet om de kuddes van de veehouders in Lesotho beter te kunnen controleren. Dankzij de status van grens - overschrijdend park konden de parkbeheerders gemakkelijker de kuddes weren uit fragiele gebieden waar de rivieren ontspringen. De bron van die rivieren is kwetsbaar. Als de kuddes de rivierlopen afsnijden, kan de loop van het water veranderen. Dan stroomt het niet meer naar het stuwmeer net buiten het park en via dit meer door pijpleidingen naar de grote steden Johannesburg en Pretoria – een miljoenenproject. Büscher vindt het hypocriet om tegen mensen die weinig inbreuk maken op de natuur, te zeggen dat ze het park niet in mogen om hun vee te laten grazen, en rijke mensen uit Johannesburg niets in de weg te leggen. Die mogen wel het park in om te golfen. Om de golflinks groen te houden, mogen er in de pijpleiding gaten worden geboord om water af te tappen.

In de spectaculaire natuur van Drakensberg, die op de werelderfgoedlijst staat, worden steeds meer golfterreinen aangelegd. De investeerder houdt de arme plaatselijke bevolking voor dat de golfterreinen voor hen werk met zich meebrengen. Als ze niet instemmen met de plannen, gaat werk verloren. ‘Dit is geen vrije keuze voor mensen in een wanhopige situatie van armoede’, zegt Büscher. De inheemse bevolkingsgroepen worden volgens de onderzoeker gepaaid met inkomsten uit de natuur. Hij constateert een toenemende commercialisering met ‘ecodiensten’ waaraan een prijskaartje hangt, bijvoorbeeld de verkoop van hout, bush-meat, vruchten, medicinale planten, et cetera. Het gevolg is een privatisering van de natuur en een fragmentatie van ecosystemen, wat kan leiden tot een natuurlijke verarming.

In het Maloti-Drakensberg Park moest de natuur worden beschermd, terwijl de lokale bevolking zich tegelijkertijd moest kunnen ontwikkelen via inkomsten uit de verkoop van water. De tegenstellingen werden niet minder, ze werden juist aangewakkerd door de verkoop van natuurdiensten als deze, zegt Büscher.

De Amerikaanse antropoloog Mac Chapin ontleedde vijf jaar geleden in een publicatie in World Watch het probleem van bevoogdende natuurbeschermingsorganisaties die weinig oog hadden voor de belangen van inheemse volken. Over dit thema sprak hij onlangs op een symposium in Amsterdam. Daar constateerde hij dat er nog weinig was veranderd. ‘De eco-imperialisten en de inheemse groepen zitten elkaar in de weg. Bij de eerste zit het grote geld, en daarom moeten de inheemse volken zich wel als natuurbeschermers afficheren als ze wat geld willen verdienen. Het is een kwestie van lange adem om inheemse groepen op te leiden zodat ze voor zichzelf kunnen opkomen, aldus Chapin in een interview in het blad Ecologie en Ontwikkeling van IUCN. Chapin vindt het cruciaal dat inheemse groepen hun landrechten in kaart brengen. Dat kan het begin zijn van een officiële erkenning, meent hij. De inheemse volken hebben zich in het verleden vaak moeten schikken naar de wensen van dictatoriale regimes. Dat vloeide voort uit de koloniale tijd, toen de centrale overheid oplegde wat er aan de basis moest gebeuren. Mensen en natuur werden strikt gescheiden, ieder in zijn eigen gebied.

‘In Afrika na de apartheid en in Indonesië na Soeharto is het dictatoriale regime ingestort. Lokale groepen trekken nu de natuurparken in. Hun gedachte is: nu is het onze beurt om te oogsten’, zegt de antropoloog Gerard Persoon.

Büscher ziet een duidelijke relatie tussen de grensoverschrijdende natuurparken in Zuidelijk Afrika en de neoliberale politiek. Die relatie wordt vanuit het bedrijfsleven gevoed door zijn eigen nongouvernementele organisatie, Peace Parks Foundation. Zo probeert het bedrijfsleven zijn legitimiteit te behouden.

De onderzoeker is ervan overtuigd dat groen rechts niet werkt. Dat geldt ook voor het groenrechtse plan van de VVD in Nederland: ervan uitgaan dat er meer moet worden geconsumeerd en dat de bevolking optimistisch een moderne economie moet stimuleren, komt het milieu juist niet ten goede, oordeelt Büscher.

 

 


De Drakensberg in Zuid Afrika: Wel golfbanen en geen ruimte voor inheemse bevolking.
Grensoverschrijdende natuurgebieden in Afrika gaan ten koste van arme omwonenden
‘De eco-imperialisten en de inheemse groepen zitten elkaar in de weg’