Volkskrant 28 maart 2007: Klimaatdebat heeft frisse lucht nodig |
Vorige maand publiceerde het IPCC, de klimaatcommissie van de VN, een rapport dat zich toespitst op het verband tussen de emissie van broeikasgassen en de toename van de gemiddelde wereldtemperatuur in de komende honderd jaar. Er wordt een temperatuurstijging van 2 tot 5 graden verwacht; dat moet naar alle waarschijnlijkheid worden toegeschreven aa Hoewel ik veel kanttekeningen kan plaatsen bij deze prognoses, wil ik het IPCC op dit punt niet bestrijden. Vanwege het slinken van de voorraden gas en olie en de dreiging van Poetin op een ongelegen moment de gaskraan dicht te draaien, is het toch al dringend gewenst extra aandacht te besteden aan energiezuinige technologie. Maar daarmee kan het klimaatdebat niet afgesloten worden. Ik noem een aantal punten die mij dwarszitten. Uitgaande van de betrouwbaarheid van het IPCC, is de rampenboodschap van Al Gore – een zeespiegelstijging van 6 meter in honderd jaar, vijftien keer zo veel als de prognose van het IPCC – volstrekt zonder merites. Het IPCC zou het klimaatdebat zeer van dienst zijn geweest als het dit in zijn rapport expliciet had gemaakt. Het had het IPCC ook gesierd als het zich had gedistantieerd van de toenemende druk om vakmensen die twijfelen aan de wetenschappelijke onderbouwing van het broeikaseffect buiten te sluiten. Zo worden in de VS alle twijfelende tv-meteorologen met een beroepsverbod bedreigd. Ik protesteer tegen de ruwe wijze waarop kringen rond het IPCC astronomen en geologen aan de kant vegen. De hoogleraren Cees de Jager en Salomon Kroonenberg vragen terecht aandacht voor zaken die het IPCC en zijn Nederlandse dependance negeren. Het is niet ondenkbaar dat veranderingen in de activiteit van de zon tot een tijdelijke afkoeling leiden. Dat is ook tussen 1940 en 1970 gebeurd. En als we een geologenblik op onze planeet werpen, zien we allerlei tijdelijke schommelingen die geen aanwijsbare oorzaak hebben. Op den duur komt er weer een echte ijstijd, zoals de internationaal befaamde gletsjerdeskundige Hans Oerlemans meermalen heeft gezegd. Die ijstijd zal worden voorafgegaan door een opeenvolging van warme en koude episoden. Het klimaat verandert voortdurend; dat gebeurde ook al toen er nog geen mensen op aarde woonden. Ik protesteer tegen het idee dat het klimaat reageert als een centrale verwarming op de thermostaat: even aan de knop draaien, dan stelt de gewenste toestand zich in. We kunnen het klimaat niet naar onze hand zetten. Dat is maar goed ook, want wat gunstig is voor boeren is slecht voor de toeristenindustrie, wat slecht is voor Franse boeren is een zegen voor de Poolse, wat slecht is voor de wintertarwe is goed voor de maïsteelt, enzovoort. We moeten beseffen dat we niet met een machine te maken hebben, maar met een planeet die even eigenzinnig, onvoorspelbaar en complex is als wijzelf. Ik wil wat frisse lucht in het klimaatdebat, vrij van de beklemming die is ontstaan door alle meningsverschillen. Ruimte ontstaat door niet alleen mondiaal, maar vooral lokaal te denken en te handelen. Mijn collega Roger Pielke sr, emeritus hoogleraar aan de Colorado State University en nu senioronderzoeker aan de University of Colorado, onderzoekt al jaren de invloed van land- en bosbouw op het regionale klimaat. Hij heeft bijvoorbeeld aangetoond dat de toegenomen irrigatie meer zomerse neerslag in de prairiestaten Colorado, Kansas en Oklahoma veroorzaakt. Hij heeft de effecten van de oprukkende citrusteelt in Florida in kaart gebracht, en kwam tot de conclusie dat de sinaasappelboeren die de kans op nachtvorst in Noord-Florida ontvluchtten door naar het zuiden te verhuizen, de nachtvorst met zich meenamen. Zoveel kan het lokale klimaat veranderen door agressieve praktijken in landbouw en fruitteelt. Een ander aspect van een frisse manier van kijken, is te vragen naar de concrete kwetsbaarheid van samenlevingen, met name die in arme landen, voor het huidige klimaat. Dat is het kwetsbaarheidsparadigma van Pielkes zoon Roger jr. in Arizona. Als de huidige klimaatproblemen van kwetsbare gebieden krachtig worden aangepakt, is 90 procent van de toekom - stige problematiek op voorhand beheersbaar geworden. Roep dus niet dat de orkaan Katrina zo gevaarlijk was door de toegenomen zeewatertemperatuur, maar stel nuchter vast dat politici twintig jaar lang de waarschuwingen van het US Corps of Engineers hebben genegeerd. In Nederland heeft zich iets dergelijks voltrokken. Het risico van een watersnoodramp was al twintig jaar bekend bij de ingenieurs van Rijkswaterstaat en Waterloopkundig laboratorium. De heren hebben keer op keer aan de bel getrokken, maar niets hielp, totdat er op 1 februari 1953 bijna tweeduizend doden vielen. Het slinken van de voorraden gas en olie en de mogelijke opwarming door broeikasgassen krijgen wereldwijd al ruimschoots aandacht. Daarnaast is er een breed, maar onontgonnen veld van lokale en regionale kwetsbaarheden. Dit dreigt ondergesneeuwd te raken door het verbale geweld van ambtenaren en politici die alleen maar de uitstoot van broeikasgassen willen terugdringen. De goede zaak is daarmee niet gediend. |