ikmaakmezorgen logo


dinsdag, 12 februari 2008


Innovatie vertroebelt waterbeheer


In de strijd tegen het water heeft dijkverhoging afgedaan. Er is alleen nog maar oog voor nieuwe oplossingen. Ten onrechte, betoogt Ties Rijcken.

De klimaatverandering prikkelt de verbeelding. Hoe gaan we ons aanpassen aan stijgend zeewater en zwaarder weer? In de waterwereld is één ding zeker: dijken verhogen kan niet meer. We moeten andere oplossingen verzinnen. Drijvende steden, megaterpen, eilanden voor de kust – als het maar innovatief is.

udo‘Laten we het water niet langer zien als bedreiging, maar als kans. We moeten meebewegen met het waterpeil. Leven met water!’ Beleidslijnen van het ministerie van Verkeer en Waterstaat. Om dit concreet te maken bedenken bestuurders, ontwerpers en wetenschappers concepten van innovatieve waterwoningen en woonwijken op nieuwe terpen. Buitenlandse journalisten maken documentaires over drijvende steden en roemen de pragmatische en vindingrijke Nederlanders.

Ook staatssecretaris Huizinga vindt dat we innovatief moeten zijn. Ze beweert dat dijkverhoging niet de juiste reactie is op het veranderende klimaat en de stijgende zeespiegel. We moeten zoeken naar creatieve oplossingen uit onverwachte hoek: out-of-the-box. Medio oktober ontbood het ministerie jonge waterprofessionals in Den Haag om ‘de Nostradamus in zichzelf aan het woord te laten’. De zeespiegel stijgt al eeuwen, maar aan de vooravond van de klimaatverandering schijnt het systeem van dijken en keringen zijn grenzen te hebben bereikt.

Een open samenleving moet doorlopend zoeken naar verbetering en vernieuwing, en voortdu - rend de bestaande systemen in twijfel trekken. Maar als door de klimaatverandering fysische randvoorwaarden wijzigen, leidt dat niet logischerwijs naar een andere aanpak. Als uw haren opeens harder groeien is dat geen reden voor uw kapper om anders te gaan knippen. Als extra belangstelling voor hoofdhaar leidt tot nieuwe producten voor haarverzorging, is daar natuurlijk niets mis mee. Zo hebben drijvende gebouwen allerlei interessante voordelen, die niks met het klimaat te maken hebben. Maar ze moeten de aandacht niet afleiden van de inzet van het vraagstuk: hoe verstandig op de klimaatverandering te reageren.

De waterbeheersing staat voor twee hoofdproblemen. Ten eerste groeit het risico van de ‘mega - ramp’. Dit vindt plaats als een primaire kering (een dijk, duin of dam) bezwijkt of te laag blijkt en het rivier- of zeewater een dijkring binnenstroomt. Ten tweede wordt het lastiger om het waterpeil binnen deze primaire keringen op een gewenst niveau en kwaliteit te houden. Door de stijgende zee dringt er meer zout kwelwater onder de duinen door de polders in. Daarom moet er steeds meer zoet water van elders aangevoerd worden, om het brakke polderwater mee door te spoelen. In droge zomers moet het schone water van nog verder komen.

Om het megaramp-risico en het binnendijks waterbeheer aanvaardbaar te houden kunnen we de bestaande systemen aanpassen op de veranderende omstandigheden. Dit kost geld, bijvoorbeeld voor zwaardere pompen, extra zand opspuiten langs de kust, of een nieuwe zoetwaterpijpleiding. Als het om ruimtebeslag gaat, kost het ook nog veel overleg. Bijvoorbeeld bij het verplaatsen van een dijk in het rivierengebied.

We kunnen ook geheel nieuwe benaderingen omarmen. Dit vergt nog meer overleg, maar zou geld kunnen besparen. Voorbeelden te over: polders onder water zetten. Stoppen met doorspoelen en overstappen op zoute landbouw. Megaterpen bouwen, en een overstroming gecontroleerd binnenlaten. Bezoek deze week een bijeenkomst over klimaatadaptatie, en u zult vooral voordrachten over dergelijke ideeën zien. Een lezing over het terugbrengen van het megaramprisico door het verhogen van dijken vindt geen gehoor. Dijken verhogen kan niet meer. Waarom eigenlijk niet?

Dijkverhoging is bewerkelijk. Het gaat doorgaans gepaard met dijkverbreding. Op de dijk bevinden zich vaak woningen die in de knel komen bij de aanpassing. Sommige mensen vinden dijken onaantrekkelijk in het landschap. Saai, kaal en technocratisch. Dijkverhoging is lelijk.

In het debat domineren twee andere argumenten. Hoe hoger de dijk, hoe rampzaliger de overstroming, is bij velen de gedachte. In een analytische risicobeschouwing gaat dit niet op, maar de angst werkt zo op de zenuwen van beleidsmakers, dat alternatieve ideeën om risico’s te beperken met open armen worden ontvangen. Juist de emotionele lading blokkeert een nuchtere vergelijking tussen de effectiviteit van die alternatieve maatregelen (overstromingsbestendige woningen, megaterpen, rampenmanagement, overstromingsverzekeringen, enzovoort) met bestaande maatregelen (dijkverhoging). Kortom, dijkverhoging voelt niet goed.

Ten slotte is dijkverhoging niet innovatief. Ook waterprofessionals willen gehoord en gezien worden. Door bestuurders, opdrachtgevers, buitenlandse collega’s en door de buren. En er is geen betere manier om reclame voor je organisatie te maken dan door een paradigmaverschuiving, een nieuwe visie of een innovatief plan te presenteren. Conventionele dijkverhoging is maar saai. Daarom is er nu de UDO. Geef toe dat u vooral nieuwsgierig bent naar deze tekst door het beeld van de Ultimate Dyke Operator.

De UDO patrouilleert over de Nederlandse dijken. Hij meet ze door en verzamelt de gegevens in een grote database. Bovenin bevindt zich een debatcentrum, waar bestuurders en belanghebbenden bijeen komen om de lokale mogelijkheden te bespreken. De machine verbetert de dijk op de manier die het beste aan alle wensen tegemoet komt. Soms verhoogt en verbreedt hij de dijk simpelweg met klei en zand. Elders versterkt hij een zwakke plek, of verhoogt hij zonder te verbreden, met megaschroeven, snelbeton of speciale bacteriën. Om de dijk te verfraaien is er een bonus: de UDO beplant de gehele dijk met tulpen. De Ultimate Dyke Operator opereert in de ruimte van de verbeelding, en heeft als zodanig vooral de functie om dijkverhoging, dijkversterking en dijkverfraaiing een gelijkwaardige positie in het debat over klimaatadaptatie te geven. Dijken dienen een simpel systeem, waar samenlevingen wereldwijd naar streven. Het verdeelt een land in twee soorten gebieden: die waar men streeft naar controle van het waterpeil, en die waar het peil mag variëren. Het nut van een gecontroleerd laag waterpeil weegt bijna overal op tegen de kosten ervan. Soms niet, en dat biedt kansen voor de zo fel begeerde innovaties.

In de kleine diepe polder Groot Mijdrecht is het bijvoorbeeld zó kostbaar om het gebied droog te houden, dat het waterschap de polder liever onder water zet en openstelt voor watersporters. Dordrecht wil uitbreiden in het buitendijkse gebied. Dan kan de dijk verlegd worden, maar dat sluit de stad af van het water, terwijl de rivier nu juist sfeer moet brengen in de nieuwe wijk. Dan is overstromingsbestendig en drijvend bouwen de enige mogelijkheid. En ook al verlagen dijken de kans op overstromingsschade zo effectief dat we onze huizen niet meer op terpen hoeven te bouwen, laten we internetknooppunten, ziekenhuizen en chemische fabrieken toch maar standaard boven NAP aanleggen.

Het zoeken naar alternatieven en is zeker geen verspilde moeite. En ook al wordt de Ultimate Dyke Operator nooit gebouwd, misschien brengt het een dijkgraaf op het idee een dijk vol te planten met bloemen. Bij voorkeur in de kleuren rood-wit-blauw.

Ties Rijcken is coördinator van het Climate Adaptation Lab op de Technische Universiteit Delft.
Meer informatie over de Ultimate Dyke Operator op: www.Ultimate-DykeInnovators.nl

Retour Startpagina
Retour Krantenartikelen
Retour Ikmaakmezorgen-artikelen