
In het tijdschrift van de Belgische Boerenbond verscheen in februari 2008:
Dat er heel wat discussie leeft rond de verdere ontpoldering van het Zwin is al langer bekend. Daarbij wordt ons voorgehouden dat elke inbreng in de discussie zinvol is en op zijn waarde wordt geschat. Een democratisch proces zou je denken. Met een lijvige 'Antwoordnota op de inspraak' van de Startnotitie-MER die begin vorige week werd rondgestuurd, wilde men de schijn van een democratische inspraak hoog houden. Die schone schijn kon wel niet verbergen dat geen van de bezwaarschriften die de Boerenbond instuurde, aan bod kwam ...
Het Zwin, nepdemocratie
Tevergeefs zoeken
Naar aanleiding van de kennisgeving van het Internationale MER dat de alternatieven voor de uitbreiding van het Zwin op hun milieu-effecten onderzoekt, werd begin 2007 een openbaar onderzoek georganiseerd. Dat was aanleiding voor de Boerenbond om zowel vanuit de organisatie zelf als vanuit de plaatselijke bedrijfsgilde een hele reeks bedenkingen en constructieve suggesties in te sturen.Daarnaast maakten we van de hoorzitting gebruik om onze standpunten uitvoerig toe te lichten.
Groot was vorige week onze verwondering toen wij in de mooi uitgegeven en meer dan 180 bladzijden tellende 'Antwoordnota op de inspraak' tevergeefs op zoek gingen naar ook maar één antwoord op één van onze bedenkingen. Onze bezwaarschriften stonden nochtans wel vermeld in de overzichtslijst in bijlage, inclusief een registratienummer. Geen spoor van onze inbreng tijdens de inspraakavond, die ook zou worden meegenomen. Erger nog, wat zoekwerk toonde al snel aan dat in de tientallen bladzijden met reacties ook niet naar onze bezwaren werd verwezen, op één uitzondering na. Het lijkt alsof men alles in het werk heeft gesteld om de reacties en vragen van onze organisatie te negeren.
Een dergelijke manier van werken is voor de Boerenbond onaanvaardbaar en gaat tegen alle democratische principes van een openbaar onderzoek in. Alle bedenkingen die de organisatie bij de kennisgeving formuleerde, worden genegeerd. Niet te verwonderen dat wij dan ook onze bedenkingen hebben bii de uiteindeliike uitwerking van het MER.
Wij hebben het er niet bij gelaten. In een aangetekend schrijven aan ir. Bernard De Putter, algemeen directeur Afdeling Kust, uitte voorzitter Noel Devisch meteen zijn ongenoegen over de gang van zaken. Een kopie van de brief werd bezorgd aan Hilde Crevits, de verantwoordelijke minister, en aan de MER-cel in Brussel. Ook het kabinet van minister-president Kris Peeters werd op dehoogte gebracht van de gang van zaken.
Op deze manier wou de Boeren-bond de betrokken verantwoordelijken niet alleen wijzen op die selectieve gang van zaken, die de geloofwaardigheid van het MER-onderzoek ondergraaft. We wilden ook de aandacht vestigen op de slordige aanpak van de betrokken studiebureaus en diensten. Het is duidelijk dat de betreffende wetgeving elke discriminatie binnen een openbaar onderzoek uitsluit Door niet te antwoorden op onze bedenkingen, wordt het vermoeden gevoed dat men de opmerkingen die de organisatie indiende, wil negeren. Een dergelijke open discriminatie gaat in tegen alle wettelijke bepalingen.
De Nederlanders...
AI blijft het wachten op een eerste reactie van minister Crevits en de verantwoordelijke MER-administratie, toch stellen we vast dat minister-president Kris Peeters zich wel ergerde aan deze ondemocratische gang van zaken. Hij heeft niet nagelaten vanuit Davos de verantwoordelijken om uitleg te vragen en hen erop te wijzen dat dit niet kan.
In een eerste reactie moeten de verantwoordelijken van de Afdeling Kust toegeven dat een en ander misgelopen is. Ze haasten zich wel om de schuld in de schoenen van de Nederlandse collega's te schuiven. Gezien de Antwoordnota in Nederland een verplichte stap is, werd ze opgemaakt door het Nederlandse Inspraakpunt, zo wordt gesteld. Voor ons niet gelaten dat de opmaak in Nederlandse handen zit, maar dat betekent wel niet dat de Vlaamse verantwoordelijken er niet over moeten waken dat men ingaat op de bemerkingen die vanuit de eigen regio ingediend werden.
Wij blijven er dan ook bij dat wij als organisatie, net als de andere indieners, recht hebben op een correcte behandelingen van onze bedenkingen. We rekenen dan ook op een antwoord via een uitgewerkt addendum bij de Antwoordnota. Dit addendum moet worden toegestuurd aan iedereen die de Antwoordnota heeft ontvangen. Alleen op deze manier kan men bewijzen dat het menens is met de democratische aanpak van de inspraakprocedure.
Peter Van Bossuyt, BB-Studiedienst