
![]()
15 januari 2008
Herstel elders meer nodig dan in Westerschelde
Leendert van Melle is natuur- en kunstliefhebber en woont in Zierikzee
Het artikel ‘Natuurherstel ontstijgt Westerschelde’ van Marten Hemminga (PZC 11 januari) geeft een onvolledig beeld van de problematiek. Zijn redenering is evenwel logisch: Estuaria staan in Europa onder druk en de Westerschelde is uniek in Zuidwest-Nederland. In de afgelopen decennia gingen de natuurwaarden in de Westerschelde door menselijk ingrijpen sterk achteruit, wat herstel noodzakelijk maakt. Volgens Hemminga zijn buitendijkse natuurprojecten een illusie, waardoor natuurherstel zonder ontpoldering onmogelijk is. Aan deze redenering ontbreekt de context waarbinnen besloten is tot natuurherstel. In het kader van de oproep tot openheid in het debat over ontpoldering door mevrouw J. Boogert is juist die achtergrond van groot belang. Die context is namelijk de Ontwikkelingsschets 2010, welke de basis was voor de onlangs door de Tweede Kamer goedgekeurde Scheldeverdragen. In het brede overleg naar de ontwikkelingsschets toe is besloten tot natuurherstel. Bij de tweede verdieping was echter sprake van natuurcompensatie in plaats van natuurherstel, waardoor bij veel Zeeuwen verwarring ontstaan is. Natuurcompensatie is wettelijk verplicht als door een project een beschermd natuurgebied schade lijdt. Bij het overleg voor de Ontwikkelingsschets bleek dat door nieuwe baggertechnieken nauwelijks schade aan het esturarium-systeem ontstaat, zodat natuurcompensatie onnodig is. Voor de milieubeweging ging dat te ver. Door knap lobbywerk en druk vanuit de milieubeweging kwamen er tóch natuurmaatregelen in de Scheldeverdragen. Die maatregelen konden uiteraard geen natuurcompensatie meer zijn en moesten natuurherstel genoemd worden. Zo wordt begrijpelijk dat het natuurherstel in de Ontwikkelingsschets zeer gedetailleerd omschreven werd, zodat alternatieven bij voorbaat onmogelijk zijn.
Vlaanderen en Nederland hebben besloten tot natuurherstel in het Schelde-estuarium. Ze waren dat niet verplicht, maar uit het maatschappelijk overleg in aanloop naar de Ontwikkelingsschets is die beslissing door het krachtenveld in het overleg ontstaan.
Natuurlijk heeft de Westerschelde de afgelopen eeuw geleden onder menselijk ingrijpen. In de startnotitie voor de milieueffectrapportage van de Hedwige-polder staat dat de natuurlijkheid van de Westerschelde en de Bovenschelde in de vorige eeuw met 30% afnam. Bedenkt men dat in de vorige eeuw de uitbouw van de
industrie (Sloegebied en Schelde-Rijnverbinding) en afsluiting van de Braakman zijn doorgevoerd en dat er in die tijd enorme milieuvervuiling was, dan valt die 30 % wel mee. Het is in de Westerschelde in ieder geval niet zo rampzalig als met de estuariene kwaliteiten in de rest van de Zeeuwse en Zuid-Hollandse wateren. Door het Deltaplan is op veel plaatsen de estuariene kwaliteit zelfs geheel verdwenen. Als een natuurherstelplan op basis van verdwenen natuur voor Zeeland opgesteld moet worden dan zal de prioriteit niet op ontpolderen rond de Westerschelde komen te liggen. De rekenkamer heeft terecht de vraag gesteld of de prijs per hectare verkregen natuur door ontpoldering niet te hoog geworden is. Als prioriteiten gesteld moeten worden kan natuurherstel dan ook beter worden uitgevoerd in de Grevelingen, Volkerak en Krammer. Een alternatief is ook de aanpak van de zandhonger in de Oosterschelde.
Het zou goed zijn om de commissie die naar alternatieven voor ontpolderen moet zoeken meer bevoegdheden te geven dan die van Maljers, zodat zij de hele delta in ogenschouw kan nemen. Het natuurherstel kan dan op een betere manier de Westerschelde ontstijgen dan Hemminga beoogt.