| 
Weekend-bijlage 'Spectrum' van 11 december 2010.
'Er is te veel aan topsport gedaan'
Hij staat graag aan de zijlijn van het voetbalveld, geniet met volle teugen van een in bloei staand aardappelveld, is wars van beroepstegenstanders en wil mensen recht in de ogen kunnen kijken. Ongeacht zijn besluiten. Staatssecretaris Henk Bleker van Economische Zaken, Landbouw en Innovatie doet een boekje open.
door Jeffrey Kutterink
Hoe het reilt en zeilt op een akkerbouwbedrijf of melkveehouderij weet Henk Bleker wel. De nieuwe staatssecretaris is er veel op het erf geweest. „Ik praat niet zo makkelijk van papier. Ik moet het gezien, ervaren en gevoeld hebben. Pas dan kan ik me verplaatsen in de ondernemer of milieuorganisatie die zich zorgen om iets maakt."
In de wandelgangen van de Tweede Kamer klinken lovende woorden over de Groninger. 'Aimabel', 'toegankelijk', 'een verademing om zaken mee te doen'. Bleker zelf voelt zich thuis in de tombola van politiek Den Haag. „Als waarnemend voorzitter van het CDA zat ik ook in een soort achtbaan. Ik heb dat overleefd door de rust te bewaren en de hoofdlijn in de gaten te houden. Niet elk probleem hoeft dezelfde dag te worden opgelost. Er zijn ook problemen die zichzelf oplossen. Die nuchtere houding heb ik hier ook."
Hij is koud begonnen of hij heeft het explosieve Hedwigedossier al op zijn bureau. Bleker heeft kennisinstituut Deltares gevraagd het door de Zeeuwse waterschappen aangedragen alternatief voor de ontpoldering verder uit te werken. Deltares kijkt ook naar mogelijke variaties op het plan van de Zeeuwse waterschappen (aanleg van schorren in de Westerschelde). Zowel de opdracht en de begeleiding van het onderzoek als de beoordeling van de resultaten gebeurt door een stuurgroep waarin het Rijk, provincie en waterschappen zitten. „De opdracht van ons drieën is om alles uit de kast te halen om een alternatief zo uit te werken en te onderbouwen dat het een reëel alternatiefis", zegt Bleker. „Er is volop de politieke wil om het die kant uit te laten gaan. Het is ook iets wat we gezamenlijk willen doen. Dat is een bestuurlijke situatie die voor een kanteling kan zorgen." Door het vorige kabinet zijn in de beoordeling van het alternatief allerlei ecologische aannames gedaan, stelt Bleker vast. „Die wil ik tegen het licht houden. Ook wil ik weten wat de aanleg van andere natuurgebieden, zoals Waterdunen in Zeeuws-Vlaanderen, aan ecologische winst oplevert die we kunnen meetellen bij het alternatief voor ontpoldering." Het gaat erom dat verloren natuur in de Westerschelde voldoende wordt hersteld. Europa ziet daarop toe.
De stap die Bleker zet is opmerkelijk. In de Tweede Kamer zei Bleker op 8 november nog geen nieuw onderzoek te willen doen. Louter en alleen bestaande documentatie zou met een andere politieke bril bekeken worden. Bovendien heeft de Grontmij, in opdracht van voormalig landbouwminister Gerda Verburg, specifiek het plan van de waterschappen beoordeeld. De conclusie was vernietigend: het levert onvoldoende natuurherstel op en is geen alternatief voor ontpoldering. „Die uitkomst was niet politiek bepaald", reageert Bleker. „Het probleem is dat het plan van de waterschappen maar heel globaal is uitgewerkt. Zoals het nu is, is het niet reëel vergelijkbaar met het ontpolderingsplan van de Hedwigepolder. De klacht uit Zeeland was dat het alternatief nooit een kans heeft gehad. Het krijgt nu echt een hele goede kans. En ik hoop ook dat het tot iets leidt. Echt. Want ik heb niets met het onder water zetten van polders." Hoe het gebeurt, gebeurt het. Maar er moet heel specifieke natuur in de Westerschelde worden hersteld. Een moeilijke opgave erkent Bleker, „Ik wil niet zeggen dat we er uit komen. Maar het zal echt tot het uiterste geprobeerd worden. Succes is niet verzekerd."
De ontpoldering van de Hedwige staat expliciet in de Scheldeverdragen met Vlaanderen. Om een alternatief mogelijk te maken, moeten de verdragen worden aangepast. Ontpoldering van de Hedwigepolder wordt volledig betaald door Vlaanderen. Maar of de Belgen een alternatief voor hun rekening willen nemen, is niet duidelijk. „We hebben daarover nog niet met Vlaanderen gesproken. Ik loop nergens op vooruit." Natuurorganisaties trokken eerder hun beroep bij de Raad van State in toen bekend werd dat de Hedwigepolder onder water zou worden gezet. Ze willen dat de natuur in het estuarium wordt hersteld. Als de ontpoldering niet door gaat, ligt het voor de hand dat ze opnieuw naar de rechter stappen. „Het alternatief moet geen doekje voor het bloeden zijn. Het moet wel een plan zijn dat we kunnen verdedigen uit oogpunt van natuur en ecologie. Het moet Europa-proof zijn. Ik heb nog geen contact daarover met Brussel gehad. Alles op zijn tijd."
In Zeeland klinkt steeds vaker protest tegen natuurplannen, zoals de Hedwigepolder, Waterdunen en de inlaag bij Bruinisse. Er lijkt een disbalans te zijn tussen belangen van natuur en van bewoners en boeren. „Aanvankelijk was het een verzet van boeren uit een gerechtvaardigd eigen belang. Maar nu zie je ontevredenheid over het soort natuur die is ontstaan. Ik stond eens een keer langs een fietspad bij mij in de buurt en keek naar een mooi veld aardappelen in bloei. Er stopte een fietser en die zegt: 'goh, Bleker, wat is die natuur toch mooi'. Terwijl 100 meter verderop een schraal graslandschap lag van één van de natuurorganisaties. Er is heel veel gewone mensen natuur verloren gegaan. Vroeger had je op de zandgronden de patrijs; een mooi beestje. Dat heeft geen hoogwaardige natuurgebied nodig, maar een agrarisch landschap waar her en der een strook haver wordt ver-bouwd. Waar ruigte is. Dan is die patrijs happy. Dat soort natuur is veel verloren gegaan." Volgens Bleker 'is te veel aan topsport gedaan'. „We zouden meer aan breedtesport moeten doen. Natuurlijk hebben we een verplichting om specifieke soorten te behouden. Maar het is niet alleen mooi om naar een Champions League wedstrijd te kijken. Ook een wedstrijd van de plaatselijke voetbalvereniging is mooi."
Nu Bleker aan voetbal denkt, maakt hij een zijsprongetje. Hij verklapt graag langs de lijn van het voetbalveld te staan. „Het is fantastisch. Ik heb twee zoons van 24 en 26. Ze zijn allebei op hun 4e begonnen met voetballen. De jongste voetbalt nog steeds. Eén van de mooiste tijdsbestedingen is om lekker langs de kant te hangen en naar zo'n amateurwedstrijd te kijken."
Provincies krijgen van het nieuwe kabinet geen geld meer voor de aanleg van nieuwe natuur in de Ecologische Hoofdstructuur: een landelijk netwerk van natuurgebieden. Zeeland stopte daarop met de
aankoop van gronden voor nieuw natuurgebieden. „We kijken hoe we met minder geld toch nog een mooie deken van natuur kunnen maken. En dat wordt dan misschien geen tweepersoons, maar een anderhalfpersoons deken. Een beetje kleiner, maar nog steeds een deken. Ik kijk vooral naar de kwaliteit, de inrichting en het goede beheer. De overheid is te vaak geneigd geweest een nieuw plan toe te voegen, terwijl het oorspronkelijke plan nog niet afwas. Daar moeten we mee ophouden. Ik heb daar echt een bloedhekel aan. En mensen worden er tureluurs van."
Ook hier laat Bleker zien dat hij hecht aan draagvlak voor natuurbeleid. „Maar draagvlak is niet alleen dat
doen waar mensen het mee eens zijn. Toen ik gedeputeerde in Groningen was heb ik dertien gebieden aangewezen als noodberging voor water. Het bleef meestal landbouw, en in noodgevallen zouden de gronden onder water komen. Voor de veiligheid. Dat vinden boeren en grondeigenaren geen fijne zaak. Dan moet je niet alleen onderzoek laten doen, maar ook direct met boeren en grondeigenaren in gesprek gaan. Je moet je proberen te verplaatsen in hun positie. Je bent ondernemer, je hebt een rnooi bedrijf en je hebt een opvolger. Dan komt die overheid die zegt: 'hier komt een dijk omheen en in noodgevallen komt uw land onder water'. Die mensen hebben toekomstplannen. Ze hebben geïnvesteerd of willen dat gaan doen. En dan horen ze dat. Die mensen slapen er niet van. Als bestuurder moet je dan zeggen 'hoe kunnen we het zo doen dat jullie probleem wordt opgelost. Zo goed mogelijk als maar kan. Soms is er een mouw aan te passen."
De staatssecretaris onderstreept dat 'onderscheid moet worden gemaakt tussen beroepstegenstanders en mensen die er niet van kunnen slapen'. „Die laatste categorie mensen moet je dichtbij je houden. Het mooiste compliment dat ik ooit heb gehad was na tien vergaderingen met boeren over een bepaalde polder. Het ging van dik hout zaagt men planken. Na afloop kwam een boer naar me toe en zei: 'mijnheer Bleker, ik ben het niet met u eens, maar ik heb wel de overtuiging dat u het beste met ons voor had'. Zo moet de overheid zien te opereren."
|