www.ikmaakmezorgen.nl

28 december 2007

Discussie ontpoldering vraagt om nuchterheid

Ir. W.H. van der Hoofd is gepensioneerd landschapsconsulent van LNV en was met name betrokkken bij tweede verdieping van de Westerschelde.

Wanneer de heer Eversdijk, zoals in de PZC op donderdag 27 december, aan het woord is over ontpoldering, weet je op voorhand waar zijn betoog op uit komt: Handen af van die heilige grond die onze voorvaderen aan de zee hebben ontrukt.
Het is een goed gebruik in dit land argumenten van een ander te respecteren, ook als men het er niet mee eens is. Dat hij het feit dat de heer Koppejan zijn hand heeft overspeelt als ragfijn politiek spel wil aanmerken, het zij zo. Het gaat me om het licht populistische toontje waarmee hij ook nu weer zijn betoog lardeert.

De commissie die de alternatieven voor vrijwillige ontpoldering gaat onderzoeken moet, zo stelt de heer Eversdijk terecht vast, kunnen handelen zonder last en ruggespraak en noch formeel, noch informeel door persoonlijke of politieke druk worden beïnvloed. Hij probeert in zijn stuk voortdurend niet anders dan zoveel mogelijk de commissie - en de lezers - te beïnvloeden door suggestief taalgebruik.
Wat te denken van zinsneden
als: De commissie kan ervoor
zorgen dat dit vertrouwen (de
Zeeuwen hebben het ver-
trouwen in de politiek verloren)
herstellen door ervoor te zorgen
dat geen Deltadijken worden
doorgestoken en geen goed
akkerland onderwater wordt
gezet.
Ook het vele onderzoek,
- dat betitelt wordt als 'allerlei
geleerde praat' - wordt aan de
kant geschoven ten faveure
van het gezonde boeren-
verstand. Met dat gezonde
boerenverstand is niets mis,
maar met gedegen onderzoek
evenmin.
Kan het ook zijn dat de
commissie geen volwaardige
alternatieven vindt? Of is dat onbestaanbaar? Laten we ophouden met suggestief gepraat over 'het doorsteken van Deltadijken', alsof daar geen veiligheidsmaatregelen aan voorafgaan. En die vruchtbare polders zijn, na eerst een periode van defensief bedijken, vanaf de zeventiende eeuw offensief ingepolderd omdat er met zo'n polder goud was te verdienen: na een paar jaar was met de toen geldende graanprijzen zo'n investering al terugverdiend; financieel-economische overwegingen waarin weinig heiligheid of een verbeten strijd tegen de zee te bespeuren valt. Als er met buitendijkse schapenteelt of het snijden van lamsoor meer te verdienen was geweest, zou er van inpolderen geen sprake zijn geweest. Onderwater zetten, inunderen zijn in onze regio begrippen met een historische belasting. We moeten daar dan ook secuur mee omgaan. Vaak zal de natuurwaarde bij ontpoldering bestaan uit schorren, die een voorland vormen voor de nieuwe (van te voren aangelegde!) dijk en daarmee zorgen voor extra veiligheid. Het is dit land volstrekt gebruikelijk en bij wet geregeld ten behoeve van doelen van algemeen belang grond kan worden onteigend. Zolang het gaat over woningbouw, industrieterrein of aanleg van wegen maakt niemand zich bij diezelfde landbouwgrond druk over het fenomeen onteigening als laatste middel tot verwerving, maar zodra natuur op de agenda verschijnt, is Leiden in last. Over het (goedbetaalde) graf heen willen regeren? Het heeft er veel van weg. Niet door de direct betrokken boeren, maar wel door allerlei organisaties of personen, die naarmate ze er verder vanaf staan met grotere stelligheid het voor of het tegen van ontpoldering verkondigen.
Laten we in de discussie terug gaan naar het soort nuchterheid die er was ten tijde van de inpoldering van diezelfde polders. Dat hoeft niet samen te vallen met de VOC mentaliteit waar een andere partijgenoot van de heer Eversdijk het recent over had.



Terug naar Startpagina
Terug naar Krantenartikelen
Terug naar Ikmaakmezorgen-artikelen

'Laten we ophouden met suggestief gepraat over 'het doorsteken van Deltadijken"
TE GAST

(foto van Lex de Meester vervangen door foto van L. van Melle)
Als er ontpoldert wordt ten gunste van natuur, levert dat sneller protesten op dan wanneer het gebeurt omwille van bijvoorbeeld huizenbouw. En niet altijd even subtiel.

Commentaar van de webredacteur:

Van der Hoofd brengt in dit artikel een aantal goede argumenten naar voren.
Er is heel wat op het artikel van Eversdijk aan te merken.
Maar ik heb ook kritiek op zijn argumentie.

Hij verwijt Eversdijk dat hij de Commissie en de lezer wil beïnvloeden. Dat is natuurlijk een open deur en geen argument. Daarom schrijf je toch een "Te Gast" in de PZC? Dat geldt ook voor Van der Hoofd. Ook hij wil de lezer en bestuurders beïnvloeden. Daarvoor discussieer je. Beiden doen dat op hun eigen wijze.

Inderdaad, het is gebruikelijk om voor infratructurele projecten zoals wegenbouw of huizen in dit land te onteigenen. Maar niet voor natuur. En om de 600 hectare ontpoldering in Zeeland als noodzakelijk te typeren is al te snel geredeneerd en te gemakkelijk. Er is nog nooit in Nederland voor natuur onteigend. En terecht!

Dan suggereert van der Hoofd dat het niet zo zeer de betrokken boeren en bewoners van de polders zijn die tegen ontpolderen ageren, maar wel 'allerlei organisaties en personen, die naarmate ze er verder vanaf staan met grotere stelligheid het voor of het tegen van ontpoldering verkondigen.' Van der Hoofd was betrokken bij de vorige verdieping van de Westerschelde. Hij moet dan als geen ander weten dat er destijds in Zeeland in het geheel geen draagvlak voor ontpoldering was. Hij negeert dat volledig. Nu bij de derde verdieping is de situatie niet veranderd. Zie de laatste enquête door de Zeeuwse media in maart 2006. De commissie Maljers noemde het feit dat er geen draagvlak voor ontpolderen is een groot probleem.

Ten tijde van het inpolderen zou men over een nuchterheid beschikken, die op dit moment ontbreekt, aldus Van der Hoofd. Hij roept op om in de discussies terug te gaan naar die nuchterheid. Dan kent hij de roemruchte geschiedenis van Zeeland en de strijd tegen het water niet. Graag verwijs ik naar het boek 'De Rand van 't Land' van J.L. Kool-Blokland, een uitgave van het Koninklijk Zeeuwsch Genootschap der Wetenschappen. Daarin valt op dat door de eeuwen heen helemaal geen goud verdiend werd met graan, zoals van der Hoofd noemt. Boeren moesten hoge lasten voor het onderhoud van de dijken betalen. Er waren heel vaak dijkvallen en overstromingen. Inpolderen werd eerder ter versterking van het dijkenstelsel uitgevoerd. Uit dat boek komt heel goed de sterke verbondenheid van de bewoners door het beheer van de waterschappen naar voren. Het is niet voor niets dat ook de Zeeuwse Waterschappen zich tegen ontpolderen uitgesproken hebben. Dergelijke uitspraken komen vanuit een lange geschiedenis. Daat gaat Van der Hoofd aan voorbij!