
Bespreking van de ZMF argumenten vóór ontpolderen.
Zierikzee, 18 juli 2006
De ZMF heeft zich opmerkelijk lang stil gehouden in het debat over ontpolderen. Alleen het Zeeuwse Landschap (Vormt met o.a. met de ZMF de werkgroep Schelde-estuarium) heeft in de PZC markante stellingen ingenomen met het artikel "Er zijn wel degelijk goede redenen voor ontpolderen", wat vele reacties van boze Zeeuwen opleverde. De ZMF heeft eindelijk de radiostilte doorbroken door op 3 juli jl. op hun website onder Persberichten/actualiteiten een artikel te plaatsen. Op 17 juli wijdt Rinus Anthonisse in de PZC een artikel met de titel "Ontpoldering is wat krap bemeten" aan die perspublicatie. Reden genoeg om de argumenten van de ZMF te analyseren. Het artikel van de ZMF is hieronder volledig geplaatst en inspringend staat het commentaar van de web-redacteur.
3 juli 2006
ONTPOLDEREN - Waarom de Zeeuwse Milieufederatie vóór is
In de discussie over het ontpolderen van 600 hectare Zeeuwse landbouwgrond behoort de Zeeuwse Milieufederatie tot de uitgesproken voorstanders. Volgens de ZMF is de noodzaak tot natuurherstel in de Westerschelde overtuigend onderbouwd en is al even helder dat ontpolderen de enige manier is waarop dat kan. De ZMF is niet blind voor de argumenten tegen ontpolderen, maar concludeert na afweging van de verschillende belangen dat het genomen besluit eerder voorzichtig dan ambitieus is.
Slechts hier noemt de ZMF zijdelings dat er alternatieven zijn. Gedeputeerde Kramer staat open voor alternatieven en benoemt een commissie om de alternatieven te onderzoeken, maar voor de ZMF is ontpolderen de enige manier.
WAT IS HET PUNT?
In een groter kader van afspraken tussen Vlaanderen en Nederland over de ontwikkeling van het Schelde-estuarium, is besloten in Zeeland 600 ha land te ontpolderen. Dat besluit roept veel discussie op. In essentie is de kwestie eenvoudig; het gaat over de botsende belangen van de landbouw en de natuur. De kernvraag van de discussie luidt: Is het verantwoord goede landbouwgrond in te ruilen voor extra estuariene natuur, ook als dat ingrijpende consequenties heeft voor de mensen die er wonen en/of werken?
Onder voorstanders van ontpolderen hoor je vaak het argument gebruiken dat ontpolderen democratisch besloten is. In de Staten wordt dit argument door de PvdA en Groen Links steeds maar weer aangevoerd. De ZMF gebruikt dit argument merkwaardig genoeg niet. Wellicht omdat men bij de ZMF weet hoe die "afspraak in een groter kader" door druk van de Antwerpen en de Milieubeweging tot stand gekomen is? Als je de stukken over de besluitvorming naleest dan is het opvallend dat zowel de Staten, als de Tweede- en Eerste Kamer aanvankelijk tegen ontpolderen en een derde verruiming waren.
Het gaat niet om de botsende belangen van de landbouw en natuur. De vele reacties in "lezers schrijven" in de PZC getuigen daarvan. Als er iemand met de natuur kan en moet leven is dat wel een boer. Die beleving is natuurlijk anders dan die van de vogelliefhebber die in het weekend
's morgen vroeg opstaat en door zijn kijker naar vogels tuurt. De oorzaak van het conflict tussen voor- en tegenstanders van ontpolderen gaat veel verder dan de ZMF hier suggereert. Door de moderne samenleving en de groeiende wereldbevolking staat het gebruik van ruimte en natuur onder druk. Soorten verdwijnen en natuurgebieden worden door de mens "gecultiveerd". De mens leeft boven zijn stand en het huidige bestaan is niet duurzaam. In dat spanningsveld, gecombineerd met een komende schaarste-economie, moet je afwegen of je wel of niet wilt ontpolderen.
Om deze vraag te kunnen beantwoorden moet je de verschillende argumenten kennen. Niet dat de vraag dan linea recta tot één antwoord leidt, want gezonde natuur en emoties van betrokken mensen laten zich lastig vergelijken met de economische waarde van landbouwgrond. Persoonlijke voorkeuren bepalen de uitkomst, zodat verschillende mensen de vraag onherroepelijk verschillend zullen beantwoorden.
Mee eens!
Omdat ons regelmatig gevraagd wordt waarom we vóór ontpolderen zijn, lopen we in de volgende tekst de verschillende belangen langs om te eindigen met onze afweging.
HET NATUURBELANG
Er is de laatste jaren veel onderzoek gedaan naar de natuurwaarden van het Schelde-estuarium (www.ontwikkelingsschets.nl). Een belangrijke conclusie uit de rapporten luidt dat de ecologische ontwikkeling van
de Westerschelde al zeer lange tijd negatief is en zonder aanzienlijke inspanning negatief zal blijven. De belangrijkste oorzaken voor die negatieve ontwikkeling zijn de historische inpolderingen en de bagger- en stortwerken voor de vaargeul naar Antwerpen. Dat betekent dus dat zowel Nederland als Vlaanderen er aan hebben bijgedragen. Even helder is dat vergroting van het estuarium de enige remedie vormt. Alleen op die manier krijgen processen de ruimte, waardoor de omstandigheden voor planten en dieren verbeteren. Om het estuarium weer werkelijk gezond te maken bevelen de onderzoekers voor het hele estuarium 12.000 ha nieuwe estuariene natuur aan, waarvan zo’n 3.000 in Nederland.
Als je deze tekst leest, kun je de vraag stellen hoe het dan toch mogelijk is dat het steeds beter gaat met de zeehondjes in de Westerschelde? Bijgevoegde gegevens zijn uit het rapport RIKZ/2005.011 "Watervogels en zeezoogdieren in de zoute Delta 2003/2004". De daling in 2003 kwam door het zeehondenvirus van de Waddenzee. De zeehonden in de Wester- en Oosterschelde hadden daar minder last van dan die in de voordelta. Kennelijk hadden die meer weerstand.
De ZMF is hier niet objectief in haar berichtgeving.
HET ECONOMISCHE BELANG
De vraag of ontpolderen verantwoord is, moet worden beantwoord vanuit het perspectief van de samenleving als geheel. Daarbij spreekt het vanzelf dat de direct betrokkenen schadeloos worden gesteld, of zelfs meer dan dat.
Hoewel onderzoekers stellen dat de Westerschelde behoefte heeft aan 3000 ha extra ruimte, beperken we ons hier tot de 600 ha landbouwgrond, waarover een besluit is genomen. De economische waarde daarvan is bij benadering 20 miljoen euro. Daar bovenop is een bonus voor de landeigenaren gereserveerd van 6 miljoen euro. Bovendien moet de bebouwing worden verplaatst waarmee nog eens een bedrag in de orde van 10 miljoen euro is gemoeid. Ten slotte is er 13 miljoen euro beschikbaar gesteld voor een grondenbank en een steunfonds voor de landbouw in de regio in brede zin. Al met al betekent dat 50 miljoen euro voor de aankoop van de gronden en landbouwflankerend beleid.
Daarmee heb je nog geen nieuwe estuariene natuur, want daarvoor moet het water toegang krijgen tot de polders en moeten die bovendien ingericht worden. De Deltadijk moet (gedeeltelijk) weg en de binnendijken moeten worden versterkt tot nieuwe Deltadijk. Dat kost veel geld. Hoeveel precies hangt af van de keuze van de polders en de inrichting. Het plafond hiervoor is bepaald op 150 miljoen euro, zodat de totale kosten maximaal uitkomen op 200 miljoen euro.
Tegenover de kosten staan ook economische baten, al zijn die minder eenduidig te becijferen. Het gaat dan bijvoorbeeld om verbetering van de visstand en het op natuurlijke wijze zuiveren van vervuild water waardoor zuiveringskosten vermeden worden. Ook blijkt natuurontwikkeling te leiden tot waardevermeerdering van woningen in de regio en de verhoging van de toeristische waarde van het gebied.
Veel tekst, maar de baten van natuur zijn niet in geld uit te drukken zegt de startnotitie van de Hedwige/Prosperpolders. De kosten van onderhoud van getijpolders zijn ook moeilijk in te schatten. Het Belgische bureau VITO heeft onderzoek gedaan naar kostenbatenanalyses bij ontpolderen. In dat Vito-rapport is een poging gedaan de kosten en baten te vergelijken van ontpolderen, binnendijkse natuur en/of getijdenatuur in de Braakman, de Hedwige-, Prosper-, Molen-, Hellegat-, Serarends- en Zimmermanpolder. De onnauwkeurigheden zijn te groot, zowel in de kosten- als de batensfeer.
Het Centraal Plan Bureau is in "Leren van investeren" uiterst kritisch op de ontpolderplannen, en vraagt zich af of het alternatief "niets doen" beter is.
Bedoelt de ZMF dat Nederland en België minder waterzuiveringen mogen bouwen? Dat kan toch geen waterschap mee instemmen?
Het economisch belang van ontpolderen is door niemand aangetoond.
HET BELANG VAN DE DIRECT BETROKKENEN
Natuurlijk is ook het belang van de direct betrokkenen in het geding. Zij zijn niet de veroorzakers van de natuurschade, maar worden wel geconfronteerd met de natuurmaatregelen. Families die soms al generaties lang het land bewonen en bewerken, moeten wijken voor de nieuwe natuur. Dat is zuur. Het valt niet te ontkennen.
Het is wel goed te beseffen dat er geen sprake is van financieel leed, want er is voorzien in een fatsoenlijke financiële regeling. Een regeling die voorziet in een zekere bonus bovenop de marktwaarde. Ook wordt een grondenbank opgericht, zodat er alternatieven kunnen worden geboden. In veel gevallen kan zelfs worden uitgeweken naar gronden in de directe omgeving. Dit flankerende beleid voor de landbouw was een belangrijke en begrijpelijke voorwaarde van de ZLTO om in te stemmen met de plannen.
Maar er is meer dan geld alleen. De emoties van mensen om hun land te moeten verlaten valt moeilijk in geld uit te drukken. Het lot van de families de Feijter en Minderhoud en met hen alle andere direct betrokkenen, verschilt echter niet dat van vele andere families die in het belang van de samenleving gedwongen worden tot iets waar ze zelf niet voor hadden gekozen. Of het nou gaat om nieuwe wegen of spoorlijnen, om ongewenste zendmasten of nieuwbouw in het blikveld, soms pakt nieuw beleid slecht uit voor particulieren. Dat belang moet niet gebagatelliseerd worden, maar kan –omgekeerd- ook niet alle ontwikkelingen tegenhouden.
Ik heb veel kritiek op Gedeputeerde Kramer, maar publiekelijk heeft hij nooit zo over de betrokken boeren gesproken als de ZMF hier doet. Hij sprak altijd over vertrouwelijkheid e.d. En de ZMF noemt mensen bij naam; schandalig! En Anthonisse neemt het in de PZC braaf over. Op die manier over mensen schrijven die in grote onzekerheid en onder grote spanning leven! Maar, ik begrijp de ZMF wel. Grondverwerving moet op basis van vrijwilligheid. Daarom praat de ZMF hier zo op de betrokken boeren en families in. Als de boeren niet verkopen, ontstaat er namelijk een nieuwe politieke situatie met verkiezingen voor de deur. Nieuwe kansen!
Over de vrijwilligheid bij de grondverwerving zwijgt de ZMF.
Er is wel degelijk verschil of iemand zijn grond moet afstaan voor een weg, spoorlijn of stradsuitbreiding en een natuurproject, wat met kapitaalsvernietiging van landbouwbedrijven gepaard gaat.
Van de PZC had verwacht mogen worden dat zij die namen niet uit het persbericht over zou nemen.
WAT ER NAUWELIJKS TOE DOET
Een verhoogde kans op dijkdoorbraak wordt in de discussie vaak genoemd als argument tegen ontpoldering. Het is een argument dat inspeelt op de Zeeuwse angst voor een herhaling van de ramp van 1953. Maar het is een vals argument! De veiligheid tegen overstroming is in Nederland wettelijk bepaald, de overheid is verplicht die te garanderen. Als de zeewering langer wordt, moet de robuustheid van de dijk toenemen. Zo simpel is dat. Het is dus apert onjuist en zelfs misleidend te suggereren dat bij ontpolderen de veiligheid afneemt! Sterker nog, de nieuwe natuur zal de veiligheid eerder verhogen dan verlagen. Dit vanwege de golfbreking door slikken en schorren die zich zullen ontwikkelen in de ontpolderde gebieden. Hoe groot het positieve effect zal zijn, hangt af van de inrichting en is dus nog onbekend.
De watersnood doet er wel degelijk toe! Niet in de zin dat door ontpolderen Zeeland onveiliger zal worden, maar wel in de zin dat een Zeeuw, die bewust de ramp meegemaakt heeft, of familieleden in de ramp verloren heeft, slecht als het niet anders kan goede landbouwgrond aan de zee prijs zal geven. Ik denk dat daaruit ook de moties van de meerderheid van de Zeeuwse Gemeenten, waarin het verzet van de bevolking tegen ontpolderen ondersteund wordt, voortgekomen zijn. Hier en daar zijn door die emoties en door onkunde foute uitspraken gedaan. Schandalig om dit meteen vals te noemen. Voor een vereniging die volgens hun jaarverslag in het afgelopen jaar 215.096 euro aan beleidsbeïnvloeding uitgegeven heeft, zou toch wat meer kennis van de psychologie verwacht mogen worden. Bij de watersnood in 1953 liggen wel degelijk de echte emoties tegen ontpolderen. En die emoties mogen niet gekleineerd of vals genoemd worden. Was het niet schokkend om bij de herdenking in 2003 te lezen en te horen hoe er in 1953 en in de jaren daarna geen tijd en geld was voor opvang en traumaverwerking? Er moest gewerkt worden, en Zeeuwen zijn geen praters. Het zou me niet verbazen dat de 25.000 handtekeningen van gewone Zeeuwse burgers tegen ontpolderen voor een groot deel met het onverwerkte verdriet en de angst uit 1953 te maken hebben.
Waar de ZMF van "valse argumenten spreekt", doet de PZC er nog een schepje bovenop door over "vals spel" te spreken. Schandalig!
Statenlid Van der Giessen (D66) verweet gedeputeerde Kramer dat hij taktloos naar de ZLTO opgetreden was. De ZMF is met dit persbericht taktloos naar de Zeeuwen.
DE FINALE AFWEGING
In de discussie over ontpolderen valt op dat weinig mensen serieus bekend zijn met natuurwaarden. Veel mensen beginnen te zeggen dat ze vóór de natuur zijn, maar…, en dan volgt een zin waarin het natuurbelang wordt begrensd, meestal door economische overwegingen. Natuur wordt ook zelden als waarde op zich beschouwd, maar bijna altijd als waarde voor de mens. Natuur is oké, mits mensen er van kunnen genieten of er de vruchten van kunnen plukken. Deze opvatting is terug te vinden in de suggesties voor alternatieve nieuwe natuur, die doorgaans in de richting gaan van aangelegde natuur met goede ontsluitingen voor de mens. Je komt dan in de opties van eilandjes met aanlegmogelijkheden voor bootjes e.d. Ook beweren sommigen dat de natuurwaarde van schorren en slikken niet boven die van een akker suikerbieten of een boerenerf gaat.
Die beperkte visie op het natuurbelang is funest voor een waardige discussie. Zoals een monteur de staat van een auto beoordeelt en de eventueel noodzakelijke reparaties in kaart brengt en een tandarts dat doet voor een gebit, zo is een ecoloog degene die de natuurwaarden van een gebied beoordeelt. Ieder zijn vak. De discussie zou dus niet moeten gaan over de conclusie van de ecologen dat de Westerschelde in een te krap jasje zit en daarom meer ruimte nodig heeft. Die conclusie is juist een gegeven. Het is niet aan u of ons om die conclusie aan te vallen. Wij kunnen vervolgens wel discussiëren over de vraag of het belang van die extra ruimte voor de rivier opweegt tegen de andere belangen die in het geding zijn.
Slechte argumenten voor een waardige discussie! Een goede autobezitter doet niet klakkeloos wat een monteur zegt, en een bewust levend mens zal niet klakkeloos met zijn gebit laten doen wat een tandarts zegt. Een second opinion is vaak zinvol en gewenst. De ene ecoloog is de andere niet
Een rechtgeaarde Zeeuw zal zeker niet klakkeloos doen wat ecologen zeggen. Bovendien zeggen de ecologen zelf dat hun modellen om te voorspellen wat er in de Westerschelde gaat gebeuren erg onnauwkeurig zijn. De Commissie voor de m.e.r. heeft bij zijn advies aan de regering gesteld dat die nauwkeurigheid bij de uitwerking van het project dient te verbeteren. Het ziet er naar uit dat men dit gaat 'oplossen' door deskundigen om advies te vragen. Schept niet veel vertrouwen.
Over andere belangen die in het geding zijn kom ik verderop terug.
Het zal weinig verwondering wekken dat de Zeeuwse Milieufederatie, als belangenbehartiger van natuur en milieu, veel gewicht toekent aan een gezonde natuur. Niet dat andere waarden daaraan bij voorbaat ondergeschikt zijn, want ook de ZMF beseft dat er meer is dan natuur en milieu. In het geval van de Westerschelde is er echter sprake van een situatie waarin de natuur gedurende lange tijd op zo’n grote schaal geëxploiteerd is, dat een inhaalslag gerechtvaardigd is. Ook wanneer ons dat als maatschappij een flinke duit kost.
In de Startnotitie voor de Hedwige- en Prosperpolder staat dat de natuurlijkheidgraad, in 1900 gesteld op 100, in 1999 was gedaald naar gemiddeld 70 (Nederland en België samen). In het begin van de vorige eeuw vond de uitbouw van de industriële revolutie plaats en in de 50-er jaren kwam de chemische industrie opzetten. Milieuverontreiniging was nauwelijks bekend en ondanks dat is de natuurlijkheid maar met 30% gedaald. In combinatie met de verbetering van de waterkwaliteit in België en Nederland zal het zeer waarschijnlijk goed gaan met de Westerschelde. De Zeehondjes van Bath tot de Hooge Platen zijn positieve signalen. Het Schelde-estuarium is wat kleiner, maar kwalitatief veel beter dan het midden van de vorige eeuw!
Zoals eerder genoemd, is er 3000 ha nodig om de Westerschelde werkelijk gezond te maken. De politiek (van Vlaanderen èn Nederland) heeft zich ten doel gesteld om in 2030 een totaal gezond Schelde-estuarium te hebben. Vanuit die doelstelling is een eerste stap van 600 ha niet bepaald ambitieus. Sterker nog, als men zich realiseert dat aan het besluit over de 600 ha de afspraak hangt dat men tot 2014 geen volgende stap zet, dan is de huidige inspanning als zeer voorzichtig te bestempelen.
Die 12000 hectare totaal is tot stand gekomen in een studie (NOP Natuurontwikkelingsplan) voor ProSes, maar is geen algemeen beleid. Maak een dergelijke studie voor de Nieuwe Waterweg bij Rotterdam of de Seine bij Parijs of de Thames bij Londen en men verklaart je voor gek.
Volgens de ZMF luidt de kernvraag van de discussie: Is het verantwoord goede landbouwgrond in te ruilen voor extra estuariene natuur? De ZMF heeft heel slim die afweging alleen gemaakt voor de betrokken boeren, maar niet in het algemeen belang op langere termijn. Hier bij de finale afweging wordt de maatschappelijke waarde van de landbouwgrond in het geheel niet in overweging genomen..
Met Pinksteren organiseerde het Actiecomité tegen ontpolderen van Eendragt- en Hellegatpolder in Griete een informatiemarkt en daar werd voorgerekend wat de opbrengst van die twee polders per jaar kan zijn: Vijf miljoen porties friet en 25.000 potten bonen. Bijna veertigduizend theedoeken en 1300 beddenlakens. Twaalfhonderd hectoliter bier en 320.000 pakken suiker. En in de toekomst de mogelijkheid om grondstoffen voor meer dan 1,22 miljoen liter biobrandstof te leveren. Reken de waarde van de opbrengst eens uit met de consumentenprijs van die produkten. Deze sommetjes worden onbelangrijk als je de produkten niet meer op de wereldmarkt kunt kopen. Na de oliepiek (de hoogste olieproduktie per jaar, naar inschatting tussen 2010 en 2015) zal er tegen meer kosten steeds minder olie beschikbaar zijn (zie peakoil.net). Dit dient tegen de natuurwaarde van de ZMF afgewogen te worden en dat hebben politici (nog) niet gedaan. Een internationale crisis kan zo maar ineens zorgen dat die groenten uit een ander land of werelddeel ineens niet meer aangevoerd kan worden en dan heb je niets aan natuurwaarden.
Door hoge transportkosten zullen in de toekomst landbouwprodukten uit verre landen onaantrekkelijk kunnen worden.
De kosten van 200 miljoen euro zijn fors wanneer ze worden afgezet tegen allerlei andere maatschappelijke behoeften, maar vallen in het niet bij de inkomsten die de ingrepen tot op de dag van vandaag in het laatje gebracht hebben en ook morgen nog zullen brengen.
Welke inkomsten van welke ingrepen? Toch niet die van het uitdiepen van de Westerschelde?
Het moet wel, want kan de ZMF anders met "ingrepen" bedoelen?
Ja hoor, De Grote Tegenstander van de tweede verdieping gebruikt de opbrengst van de haven van Antwerpen als argument om ontpolderen te rechtvaardigen. Het kan verkeren....
Het grootste struikelblok vormt feitelijk de vervelende emotionele consequentie voor direct betrokkenen die zelf geen schuld hebben aan de slechte toestand waarin de Westerschelde verkeert. Hierboven is al aangegeven dat dit onmiskenbaar een negatief aspect is van ontpoldering. Maar feit is dat het particulier belang in een maatschappij vaker moet wijken voor het algemeen belang. Het aantal mensen dat zal moeten verhuizen is bovendien zeer beperkt. Gevoegd bij het feit dat een warme financiële regeling van toepassing is voor de wijkers, vindt de ZMF het besluit tot ontpoldering prima verdedigbaar en de omvang van 600 ha eerder een beetje krap bemeten dan ambitieus.
Voor de derde keer schandalig! In plaats van argumenten in de finale afweging aan te voeren praat de ZMF weer in op het gevoel van de boeren en landeigenaren en wijst hun op de warme financiële regeling. Die vervelende emoties van betrokkenen zijn voor een deel heel essentieel en worden gedeeld door rechtgeaarde Zeeuwen (zie hierboven Wat er nauwelijks toe doet). De politiek was trouwens ook tegen ontpolderen, maar is gechanteerd en heeft toegegeven en is koehandel gaan bedrijven. Daarom zijn de Zeeuwen boos en ligt het debat heel anders dan de ZMF in dit persbericht suggereert.
De ZMF heeft nogal wat argumenten van tegenstanders genegeerd.
Zou het zo zijn dat men dit persbericht alleen maar geschreven heeft om op de emoties van betrokken families in te praten? Want, als de boeren verkopen is ontpolderen een stap dichterbij.
Voor mij maakt het trouwens niet uit of boeren wel of niet verkopen. Ik zal met mijn medestanders, de betrokken Zeeuwen, waar mogelijk alles doen om land onder water zetten tegen te houden.
Retour Startpagina
Retour Krantenartikelen
Retour Ikmaakmezorgen-artikelen