www.ikmaakmezorgen.nl

Waar gaat het om?

Zierikzee, 14-04-2006. Op 25 november 2004 schreef de werkgroep m.e.r. een brief aan onze staatssecretaris mevrouw Schulz van Haegen en aan de minister van leefmilieu en landbouw van Vlaanderen.
Met die brief bood de werkgroep m.e.r. hun advies aan over het milieueffectrapport Ontwikkelingsschets Schelde-estuarium 2010, zodat de regeringen een politiek besluit konden nemen.

Dit advies aan de minister behelst slechts 14 pagina's, terwijl het aantal pagina's rond dit project mintstens 2000 is. Die 14 pagina's kunnen gezien worden als de esentie van het hele project.

Zodra er voor een zeearm sprake is van een S-MER (strategische milieueffectrapportage) verschijnen er zeer gedetailleerde, honderden pagina's tellende, rapporten over habitats, halyofytenvegetaties, posidonia-velden, spartinion maritimae (= schorrenvegitatie), embryonale wandelende duinen niet te verwarren met de vastgelegde duinen of de vastgelgde ontkalkte duinen, want de laatste twee zijn een prioritair habitattype. En ga zo maar door.
Gelukkig voor de minister krijgt hij een advies van 14 pagina's met waar het om gaat.

Het is echter nog al wat, wat in die 14 pagina's staat.
De ecologen blijken niet met enige zekerheid te kunnen voorspellen wat er in de Westerschelde gaat gebeuren bij een vaargeulverruiming. Daarmee ontbreekt essentiële informatie om concreet over natuurmaatregelen te besluiten, aldus het rapport. Met andere woorden: de beslissing om te ontpolderen kon nog niet genomen worden.

Een MER moet volgens de richtlijnen met een referentie of nulalternatief de bestaande situatie inclusief autonome ontwikkelingen en de meest voor de hand liggende ontwikkeling als de voornemens niet door gaan vastleggen. Dit is niet gebeurd. Waarom dat niet gebeurd is, is onduidelijk. Door een nulalternatief vast te leggen is een een concreet referentiepunt; kennelijk wilde men dat niet en, vreemd genoeg, heeft de werkgroep m.e.r. deze fout geaccepteerd.

Het S-MER stelt dat bij een vaargeulverruiming "geen onacceptabele ongewenste effecten optreden voor het fysieke systeem in het estuarium". Dan hoeft ook niet ontpolderd worden, zou je zeggen. De werkgroep m.e.r. vindt deze constatering in het MER onaannemelijk, bovendien is vaargeulverruiming niet vergeleken met het correcte nulalternatief. Het is verbazingwekkend dat de werkgroep m.e.r. akkoord gaat met deze onvolkomenheden (zeg: blunders of misschien is dit wel bewust zo gedaan en praten we er later niet meer over)

Ook Het Zeeuws Landschap, Natuurmonumenten, de Zeeuwse Milieufederatie, Vogelbescherming Nederland, Staatsbosbeheer, samenwerkend in de werkgroep Schelde Estuarium hebben deze fouten vastgesteld en wijzen in de inspraakprocedure ook op de onzekerheid in de voorspellingsmodellen en de schadelijkheid van de verruiming van de Schelde. (Curieus is dat het Zeeuws Landschap in de PZC ontpolderen verdedigt. Zie artikel:"Er zijn wel degelijk goede redenen voor ontpolderen)

Doordat essentiële informatie ontbreekt noemt de werkgroep m.e.r. drie mogelijkheden om die informatie wel te verschaffen:
1. een aanvullende S-MER, wat grote vertraging zou geven.
2. later een uitwerking maken van de Ontwikkelingsschets over natuurmaatregelen.
3. informatie geven bij de project-MER's die de komende tijd nog zullen volgen.
Ad. 1 is uiteraard niet gekozen. Het is ad. 3 geworden

De passages in de S-MER over de milieumaatregelen hebben tot veel kritiek in de inspraakreacties geleid. Ook de werkgroep m.e.r. heeft bij de milieumaatregelen kritiek op de S-MER; zij concludeert dat niet goed is gemotiveerd wat de omvang van het pakket moet zijn om aan de natuurdoelstellingen te voldoen. Dus: 600 hectare ontpolderen is ook maar een wilde greep.

De kritiek van de werkgroep m.e.r. richt zich ook op de vraag of nu wel of niet een juiste passende beoordeling gegeven is op de gevolgen van de vaargeulverruiming. Daarbij moet ook afgewogen worden of er alternatieven zijn en of er sprake is van zwaarwegend maatschappelijk belang. Met deze kritiek zit de werkgroep m.e.r. in de kern van het project en wat adviseert zij:
Ga in goed overleg met de Europese Commissie en de ministeries en kom tot duidelijke afspraken over natuurmaatregelen. (Ofwel: binnenkamertjes-overleg) Op de startpagina schreef ik dat ik op zoek ging naar dingen die niet kloppen. Hier heb ik een hele groot Ding gevonden!

Samenvatting van het advies van de werkgroep m.e.r. aan de minister: Het S-MER is onvolledig, gevolgen vaargeulverruiming zijn onzeker, natuurmaatregelen niet goed onderbouwd, voorspellingsmodellen zijn onbetrouwbaar en los problemen in goed overleg met de Europese Commissie op.

Men had ook kunnen zeggen: Doe je huiswerk over en kom met een S-MER die aan de richtlijnen voldoet, wat ongewenste vertraging zou geven.

Vreemd dat de ministers Peijs en Veerman en de Tweede Kamer toch akkoord gegaan zijn. Bij het begin van het project is alles behalve aan Kwaliteitsborging gedaan.

Ik ben benieuwd of deze MER problemen bij de behandeling in de Tweede Kamer aan de orde zijn geweest. Op naar de tweede kamerstukken.