Regering kan Scheldeverdrag niet
bindend verklaren


Gastartikel door ing. Herman Bijl

Zierikzee, 18 november 2008

Een volk mag zich gelukkig prijzen met een wetgeving die is gestoeld op
Draaiboek van de wetgevingeen procedure zoals voor het Koninkrijk der Nederlanden is beschreven in het “Draaiboek voor de Wetgeving”, gereedschap voor de wetgeving. (Ministerie van Justitie, directie Wetgeving, 2002)

Volgens hoofdstuk VIII van dit draaiboek, dat over de totstandkoming van verdragen handelt, treden bilaterale verdragen in werking nadat beide staten elkaar over en weer hebben laten weten dat aan hun grondwettelijke eisen is voldaan. Het feit, dat te voren parlementaire goedkeuring aan een verdrag werd gegeven, betekent echter niet dat de regering verplicht is om daadwerkelijk over te gaan tot binding van het Koninkrijk aan een goedgekeurd verdrag. Daarvoor kan de regering moverende redenen hebben.

Met de binding tussen het Koninkrijk der Nederlanden en het Vlaamse Gewest betreffende het Scheldeverdrag over de uitvoering van de Ontwikkelingsschets 2010, Schelde-estuarium, Tractatenblad 2005, no 310, en waarin “Ontpoldering” voorkomt, is het nog niet zover. Niettemin zijn en worden ondertussen door Rijk en Provincie Zeeland al dan niet gezamenlijke activiteiten ontplooid die ontpoldering tot einddoel hebben en aanzienlijke kosten met zich meebrengen.

Ondertekende meent dat de regering, ondanks het ter beschikking hebben van een uitstekend draaiboek voor de wetgeving, doordat het project al in een vergevorderd stadium is, niet meer tot een zorgvuldige afweging, ten aanzien van het al dan niet binden aan het verdrag, kan komen.

Deze gang van zaken doet denken aan wat de vice-voorzitter van de Raad van State, de heer Tjeenk Willink, in een jaarverslag over 2007 van deze raad schreef; “De Raad van State noemt het zorgelijk dat de meeste ministeries nauwelijks instaat zijn de juridische kwaliteit te waarborgen van beleid en besluitvorming”.

ikmaakmezorgen.nl