
Redenen om niet te ontpolderen
Zierikzee, 11 mei 2006.
In de rechtvaardiging van de 600 hectare ontpolderen, die het ministerie van LNV aan Zeeland schreef lijkt het allemaal zo doordacht. Vertrekpunt één, zoals dat zo mooi in ambtelijketaal heet, is de Ontwikkelingsschets 2010 en de langetermijnvisie Schelde-estuarium 2030, waarin het volgende staat: Het vertrekpunt (je blijft vertrekpunten houden in ambtelijke stukken) van de gezamenlijke Langetermijnvisie Schelde-estuarium is het ontwikkelen van een gezond en multifunctioneel estuarien watersysteem dat op duurzame wijze gebruikt wordt voor menselijke behoeften.
Deze Langetermijnvisie was op initiatief van Nederland geschreven kort nadat de ZMF met succes het baggeren heeft kunnen blokkeren en via een noodwet de regering Kok de verplichtingen van de verdragen met Vlaanderen kon nakomen. Onder leiding van de Vlaams/Nederlandse Technische Directie schoven alle betrokken partijen aan de tafel in het Overleg Adviserende Partijen (OAP) en kwam de Ontwikkelingsschets tot stand. In die ontwikkelingsschets worden uiteindelijk beslissingen genomen over veiligheid, toegankelijkheid en natuurlijkheid tot 2030; waar ontpolderen een soort afgeleide van de natuurlijkheid is.
Men schrijft: Naast de drie geprioriteerde functies zijn ook andere functies belangrijk in het estuarium, bijvoorbeeld recreatie, visserij en landbouw. Deze functies worden in de Langetermijnvisie niet uitgebreid behandeld. Wel worden de consequenties van de visie voor deze functies aangegeven.
Soms is men opvallend eerlijk in ambtelijke stukken. Hier staat eigenlijk: Het gaat om Antwerpen, de natuur en de veiligheid en de consequenties voor recreatie, landbouw en visserij geven we aan. En zo ontstond de noodzaak tot ontpolderen. De andere belangen zijn niet gelijk meegewogen.
En hier ging de Langetermijnvisie in de fout.
Als je fundamentele beslissingen wil nemen aan de hand van een lange termijnvisie van 30 jaar, dan moet je ook een beeld van die maatschappij over 30 jaar meenemen. En dat is niet gedaan. Men draait er niet omheen waarom de visie geschreven is. De visie verdient de ere-titel: De Lange termijnvisie Schelde- estuarium 2030 met Oogkleppen.
Het is eigenlijk krankzinnig. De lange termijnvisie waar het ontpolderen en vaargeulverruiming op gebaseerd is, verwijst in het geheel niet naar een lange termijn visie van Zeeland of van het Rijk. Het gaat puur om de bekende drie zaken: veiligheid, natuurlijkheid en toegankelijkheid. Logisch dat sectoren als visserij en landbouw, die op zich al in een moeilijke periode zitten, door de Ontwikkelingsschets insneeuwen. Boeren raken hun land kwijt en vissers hun "Vlakte van Raan" en door een ander compensatieproject de kust voor Schouwen.
Daarmee zijn de aspecten toegankelijkheid en natuurlijkheid niet gelijkwaardig afgewogen tegen even zo belangrijke zaken als landbouw en visserij. En, minstens zo belangrijk, niet geplaats in het kader van het totaalbeeld wat men nu van de toekomst heeft.
Hoe wordt tegen de agrarische sector in het kader van de wereldvoedsel- problematiek aangekeken?
De nieuwe inzichten betreffende energievoorziening geven meer en meer aan dat biobrandstoffen (waaronder koolzaad en suikerbieten) van groot belang gaan worden.
Het heeft alle schijn dat de natuur van de N van hetministerie van LNV op dit moment overbelicht is ten opzichte van de L van landbouw. Waarschijnlijk is dat van korte duur.
Genoeg argumenten om het ontpolderen in de ijskast te zetten en een gebalanceerde toekomstvisie over de regio te ontwikkelen met een beeld van de maatschappij in 2040. Inmiddels zijn we bijna 10 jaar na het schrijven van de Lange termijnvisie Schelde-estuarium en wordt het tijd een nieuwe te schrijven.
Want als je echt met de kennis van vandaag 30 jaar vooruit kijkt wat voor maatschappij zie je dan en wat zijn de problemen? De prvincie Zeeland krijgt nu al niet het geld wat ze nodig denkt te hebben voor alle natuurprojecten.
We weten dat vandaag op wereldniveau op grote schaal landbouwgrond door landbouwbewerking zelf en door wind- en watererosie verdwijnt. Iedereen rond de Westerschelde kent de diepbruine kleur bij afgaand water, veroorzaakt door klei die meegevoerd wordt naar zee. Met de toename van de wereldbevolking is het verdwijnen van vruchtbare grond een groot milieuprobleem. Op www.soilerosion.net en www.ifpri.org (International Food Policy Research Institute) wordt het belang voor het behoud van vruchtbare grond uiteengezet en staan visies over de toekomst van het boerenbedrijf. Nederland is onderdeel van het rijke ontwikkelde deel van de wereld en wij kunnen nog het voedsel dat we niet meer verbouwen, elders kopen. We leven nu in de luxe situatie dat we boeren vragen natuur te verbouwen. Maar, is dat ook nog zo in 2030? Zo ver gaan de plannen van de ontwikkelingschets immers. Daar spreekt de Langetermijnvisie Schelde-estuarium niet over.
Het komend tekort aan fossiele brandstoffen (zie www.peakoil.net), wat in 2030 heel concreet aanwezig zal zijn, is ook een argument om geen goede Zeeuwse- en Vlaamse landbouwgrond tot natuur om te bouwen. Vele hectares zullen straks nodig zijn voor biobrandstoffen. In 2030 zal de schaarste-economie in een overbevolkte wereld gestalte hebben gekregen. Elke vindbare hectare zal nodig zijn voor voedsel en brandstoffen. We staan aan de vooravond van een energie-transitie. Niets daarvan is te vinden in de kosten-batenanalyses van de Ontwikkelingsschets. Een dergelijke analyse valt buiten de Vogel- en Habitatrichtlijnen en dan wordt dat ook niet gedaan. Zo werken onze hedendaagse bestuurders en politici.
Dan moeten wij als burgers hun dat voor ogen houden en stoppen daarmee met het ontpolderen en zullen alles doen om dat tegen te houden!