Zeedijk in de Zak van ZuidbevelandUitgebreide dijkbewaking
Zierikzee, 7 januari 2007. Wegens de opvattingen, die blijkbaar in ons Provinciehuis leven over kustbeveiliging en het voortbestaan van polders, zou het goed zijn als de Zeeuwse Waterschappen tot “uitgebreide dijkbewaking” zouden besluiten. En wel in de vorm van protest tegen ontpoldering, namens hun belastingplichtigen in de richting van het bestuur van de Provincie.
Echter is de Provincie dé instantie, die toezicht moet houden op het functioneren van de waterschappen, onder meer op het gebied van veiligheid tegen overstromingen.
Mijns inziens zou de knecht dus tegen de baas moeten zeggen (en hier is moed voor nodig): “Beste baas, uw argumenten en verdere activiteiten, ten gunste van ontpoldering kloppen niet. Ze hebben alleen als politiek doel om een wetsontwerp m.b.t. de verdieping van de Westerschelde zonder kleerscheuren door de Tweede Kamer te krijgen.
Baas, vertel liever aan de Zeeuwse bevolking hoe een ontpolderde polder er uit gaat zien (ontwerpplan), hoe die polder wordt gemaakt (uitvoering), hoeveel het allemaal gaat kosten (begroting) en wie het betaalt. Vertel, in hoeverre een huidige binnendijk, tezamen met een breder voorland, wat veiligheid betreft, gelijkwaardig is aan de nu aanwezige zeedijk. Vertel ook of de binnendijken, na afgraven van de zeedijk, een hogere status krijgen. Vertel hoe de af- en uitwatering van de na ontpoldering ontstane buitenpolders er uit gaan zien.
Nog veel meer moet de baas tegen de mensen in Zeeland zeggen: “Dit zijn de randvoorwaarden van de alternatieven van de ontpoldering”.
“En baas, zie de Zeeuwen niet aan als mensen, die bang zijn voor verandering. Kortom baas, geef voorlichting met een grote “V” en niet alleen aan een select publiek, maar vooral aan de gehele Zeeuwse bevolking en ook waarom het Rijk, gezien het nationale en internationale belang geen voorlichting geeft”.
En de knecht zou zijn baas ook moeten waarschuwen voor fouten in het verleden en hem moeten voorhouden de woorden van rentmeester-dijkgraaf Andries Vierlingh over het dijkwezen in de 16-de eeuw: ”Zij waren lieden die van het dijkwezen evenveel verstand hadden als een zeug met lepelen te eten” of “Wie zeedijken doorsteket, als dat het solt water daarin lopet, die sal men in datselve gadt levendig versmoren ende bodemmen”
Ing H. Bijl,
gepensioneerd hoofdambtenaar
Rijkswaterstaat
Terug naar Startpagina
Terug naar Krantenartikelen
Terug naar Ikmaakmezorgen-artikelen