Provinciale Staten van Zeeland, in vergadering bijeen op 15 juni 2007;

overwegende dat:
- in de Langetermijnvisie Schelde-estuarium (LTV) drie functies een hoofdrol spelen: veiligheid, toegankelijkheid en natuurlijkheid;
- het beleid moet worden gericht op het in stand houden van de fysieke systeemkenmerken van het estuarium en op het optimaal samengaan van veiligheid, toegankelijkheid en natuurlijkheid;
- de Nederlandse regering het Schelde-estuarium erkent als een internationaal erkend natuurgebied;
- Nederland in 1997 de Westerschelde bij de Europese Commissie heeft aangemeld in het kader van de Habitatrichtlijn en de Westerschelde in 2000 is aangewezen als Vogelrichtlijngebied;
- het beleid in dit gebied mede is gericht op het beschermen en verder ontwikkelen van natuurwaarden;
- onder mer in MOVE-rapportages gebleken is dat natuurwaarden in het Schelde-estuarium desondanks onverminderd afnemen;
- de Westerschelde zowel oost- als westwaarts een zandexporterend systeem is geworden;
- het natuurprogramma Westerschelde stelt dat de oorzaken onder meer gezocht moeten worden in het verruimen van de vaargeul en de reguliere stortactiviteiten;

gelet op de ogenschijnlijk onherstelbare schade bij verdere ingrepen in het estuarium;

spreken uit dat een vierde verruiming (verdiepen en verbreden) van de Westerschelde binnen het raam van de langetermijnvisie als onhaalbaar c.q. ongewenst moet worden beschouwd omdat deze vergaande consequenties heeft voor veiligheid en natuurlijkheid, en wijzen deze af;

verzoeken het college van Gedeputeerde Staten deze motie ter kennis te brengen van de Tweede Kamer en de Vlaamse regering;

en gaan over tot de orde van de dag.